Marian Engel, Olivia Laing: de redactie las een fascinerende roman, losgezongen van de bekende werkelijkheid, en een intelligent, vloeiend, raak en geestig essay over het lichaam en het politieke.

*

Thomas Heerma van Voss: Marian Engel, Beer

Alles wat uitgeverij Koppernik uitbrengt wil ik lezen. Niet alleen omdat de boeken van zo’n hoog niveau zijn, ook omdat ze er zonder uitzondering prachtig uitzien. Misschien had ik Beer dus nooit opengeslagen als het bij een ander fonds was verschenen, en als het niet met dit prachtige omslag nu, decennia na oorspronkelijk publicatie, voor het eerst was verschenen.

Die uitgave, in de vertaling van Barbara de Lange, riep bij mij trouwens wel de behoefte op aan een kort voor- of nawoord: waarom werd dit boek uitgerekend nu uitgegeven? Omdat het gaat over een zelfstandige vrouw die haar eigen route kiest, omdat het op die manier past bij sommige feministische literatuur? Omdat de natuur zo’n grote rol speelt? En hoe verhoudt het zich tot de rest van het werk van de Canadese Marian Engel, werd dit goed ontvangen, waren mensen geschokt door de relatie die de hoofdpersoon met een beer ontwikkelt?

Ik heb nog steeds geen idee, en ik zou een en ander natuurlijk best alsnog kunnen nazoeken – maar hoewel ik die behoefte zeker heb, gevoelsmatig past dat ook weer niet helemaal bij Beer. Want dit is een fascinerend verhaal dat zich af lijkt te spelen buiten de alledaags werkelijkheid. Eigenlijk laat deze roman zich het beste omschrijven als een sprookje, slim en geestig verteld, en het knappe: ondanks de zeer onwaarschijnlijke premisse volkomen geloofwaardig. We volgen een schuchtere, teruggetrokken bibliothecaris, die gewoonlijk ‘als een mol’ leeft, zoals de eerste zin al vermeld – ongetwijfeld is het opzet dat er meteen een klein, ondergronds dier wordt genoemd. Ze krijgt de opdracht de bibliotheek van een zeer afgelegen landhuis te inventariseren. Een opdracht van maanden, al ontdekt ze ter plaatse snel dat het helemaal niet zo veel werk is en dat de collectie ook niet zo veel voorstelt.

Maar als dat eenmaal tot haar doordringt, is ze al bezig haar verblijf te rekken: ze raakt gefascineerd door de beer die in de achtertuin woont. Ze voedert hem, aait zijn vacht, gaat op den duur met hem zwemmen, laat hem toe in huis. Heel vanzelfsprekend en zakelijk wordt die band beschreven, maar Engel slaat regelmatig een komische terzijde in en gebruikt toch geen enkele overbodige alinea. Wat mij vooral aansprak: het karakterloze van die beer. Gedurende de hele roman blijft het in het midden wat hij van haar vindt. Of hij blij is met haar aanwezigheid, onverschillig – ze vermoedt weleens dat hij verdrietig is, en vooral oud en log, maar ze beseft ook dat al die emoties projecties zijn.

‘Zijzelf had geen idee wat dieren dreef. Het waren levende wezens. Het waren geen mensen. Ze nam aan dat hun functie werd bepaald door de omvang, vorm en complexiteit van hun hersenen. Ze nam ook aan dat ze een vaag, flakkerend onverwoord geestelijk leven leidden.’

Tot aan het einde toe had ik ook geen idee, op de achtergrond blijft er sudderende dreiging vanuit de beer, ook al doet hij eigenlijk niks. Evenmin kreeg ik écht gevoel voor wat de hoofdpersoon bewoog of voelde. En toch ging ik helemaal mee in deze onvoorspelbare en onmogelijke dynamiek, losgezongen van de werkelijkheid zoals ik die kende. Een roman die nog lang door mijn hoofd zal gaan.

Koppernik gaf Beer uit. Op Athenaeum.nl staat een fragment.

Daan Stoffelsen: Olivia Laing, Everybody: A Book About Freedom

Zo kan je ook schrijven over het fysieke: niet de focus op het lijfelijke, niet de meezwellende taal, niet de overtuiging dat lichaam en geest onscheidbaar zijn, iets waar je een hele Revisor (‘Huid’!) al mee kunt vullen, maar aandacht voor het politieke van het lichaam. Dit is, schrijft Olivia Laing in haar intelligente, vloeiende, rake en geestige vierde boek Everybody: A Book About Freedom (de vertaling van Henny Corver verschijnt dit najaar) de ‘essential Reichian dynamic: that the political world can make bodies into prisons, but that bodies can also reshape the political world’.

Dat vergt toelichting. Reichian bijvoorbeeld: Wilhelm Reich (1897-1957) was een uiterst getalenteerde leerling van Sigmund Freud, die boeken schreef als Die Sexualität im Kulturkampf (The Sexual Revolution), Die Massenpsychologie des Faschismus, The Bioelectrical Investigation of Sexuality and Anxiety en The Discovery of the Orgone. Eerst individueel, gericht op seksualiteit, steeds geëngageerder, met oog voor maatschappelijke achtergronden van psychische problemen, en uiteindelijk, in ballingschap, overtuigd van een seksuele levensenergie, orgon. Een fascinerende man, geniaal en gek, die in Laings boek regelmatig terugkeert en waarmee ze continu in gesprek gaat.

Reichs werk beïnvloedde veel denkers en schrijvers van de twintigste eeuw, en brengt Laing op een onderzoek naar het lichaam en hoe het beperkt wordt. Naar ziekte, naar seksualiteit, geweld, gender, gevangenschap, racisme, maatschappelijk protest en politionele reactie. Heel overtuigend mengt ze haar eigen geschiedenis – ze praktiseerde ‘herbal medicine’, kwam uit een homoseksueel gezin, maakte deel uit van radicale protestacties, identificeert zich als non-binair – met die van de bevrijdingsbewegingen van de twintigste eeuw, de bewegingen die onder groeiende conservatieve en radicale druk nog steeds relevantie hebben. De lichamen van mensen met een andere seksualiteit, gender of kleur dan die van de witte heteroman worden nog steeds gezien, onderscheiden en onderdrukt. Laing reist mee met Wilhelm Reich, maar ook met Nina Simone, Christopher Isherwood, Andrea Dworkin, Sigmund Freud, Susan Sontag, Marquis de Sade en Malcolm X. Maar ze introduceert ook kunstenaars van wie ik niet eerder hoorde, zoals Ana Mendieta en Agnes Martin en Philip Guston.

Ongetwijfeld heb ik als classicus en selfmade recensent niet de juiste achtergrond om Laings analyses op waarde te schatten, maar ze overtuigt me, en ze schrijft mooi en raak. Over Sontag en haar ziekte, fysiek en identiteit: ‘It was painful, also humiliating, this submergence of her self, her real being, into the passive, damaged body of the patient.’ Ze citeert Audre Lorde over ziekte en levensgeschiedenis: ‘Each woman responds to the crisis that breast cancer brings to her life out of a whole pattern, which is the design of who she is and how her live has been lived.’

Over onveilige seks schrijft ze:

‘We were feminists who’d cut our teeth on riot grrrl fanzines, still somehow incapable of saying put a condom on, not just out of embarrassment but because the present-tense surrender as so conclusive it thrust the future out of existence. […] We knew only an idiot would have unprotected sex, but that didn’t answer the onging conundrum, which is that the sex was better, it’s just that the life that followed was palpably worse, at least for one member of the experimental unit.’

‘Present-tense surrender’ is prachtig prozaïsch gezegd en ‘one member of the experimental unit’ benadrukt raak hoe de vrijheid van de seksuele revolutie (die van de jaren zestig, niet die van Reich) ongelijk verdeeld is.

Ze laat ons kennismaken met de vooroorlogse seksuoloog Magnus Hirschfeld, en besluit een alinea minstens zo geestig:

‘These interviews revealed such a diversity of sexualities, not to mention differences in genitalia, that Hirschfeld’s belief in the existence of anything so simplistic as two genders was eroded. No, the line between male and female, straight and gay was decidedly blurred. In 1910, he calculated that there were forty three million possible combinations of gender and sexuality, a near-infinite spectrum of human possibiliy that goes far beyond our own era’s tentative acceptance of gender and sexual fluiditiy. Imagine telling J.K. Rowling.’

En vertelt hoe zijn boeken door de nazi’s verbrand worden, en verbindt zo ideologie en gewelddaad: ‘Eugenics regards the human race as a kind of library, some volumes of which need to be removed from circulation.’

Ze leest Angela Carter over De Sade met instemming: ‘You don’t have to foreclose on erotic possibility just because you’d like to leave the bedroom with your limbs intact.’

We zijn dan nog niet op de helft van het boek. Ze laat zien hoe Reich eenzamer wordt en de vrijheid uiteindelijk zoekt in de ‘orgone accumulator’, een bizar soort kist waarin je levensenergie vrij kan stromen. Een gevangenis om in vrij te worden. Ze gaat door tot ruim na de Tweede Wereldoorlog met het aanwijzen van hoe lichamen en politiek botsen, hoe onvrij je kunt zijn als je anders bent of anders streeft. Ze ziet de paradoxen, hoe de bewegingen van de twintigste eeuw gestopt en omgekeerd werden, al in de jaren dertig, of in de Verenigde Staten onder Trump, ze ziet vernietiging en hoop. Everybody is een ontzettend rijk boek, zo’n boek dat je in vertaling gewoon gaat herlezen om meer te leren.

Everybody is uitgegeven door Picador, en te koop bij bijvoorbeeld Athenaeum Boekhandel. De vertaling van Henny Corver verschijnt bij AtlasContact.Meer informatie via Laings site.