Echt

 

In het feuilleton ‘In het echt’ verkent Dorien de Wit gradaties van realiteit. Via surrogaatreizen op Google Street View, de glimlach van een deepfake en het bezoeken van een televisiedecor onderzoekt ze haar besef van tijd en plaats, beweegt ze tussen werkelijkheid en illusie, tast ze haar eigen grenzen af. Deze week de laatste afleveringEcht.



Jaren geleden, in het eerste jaar van mijn studie, pendelde ik dagelijks met de trein tussen het Limburgse dorp waar ik was opgegroeid en mijn nieuwe stad Nijmegen. Wanneer de trein afremde in de laatste bocht voor mijn bestemming, zag ik boven het spoortalud een torentje uitsteken. Als een pagode prijkte het in de lucht, twee etages met een gekromd dak, vuurrood met groene belijning. Altijd in die bocht keek ik omhoog en nam ik aan dat ik de top van een tempel zag of een enorm Oosters restaurant. Het werd een vanzelfsprekend onderdeel van mijn reis, het torentje als teken dat ik er bijna was.

Een jaar later woonde ik in die stad. Ik zocht er mijn weg, vond nieuwe ankerpunten langs mijn verschillende fietsroutes. Zoals de lichtgele letters van de BIOTEX-fabriek, de rookpluimen van de elektriciteitscentrale aan de Waal en de spoorlijn die de stad in drie stukken verdeelde. Doordat ik het torentje niet meer zag, was het ook uit mijn gedachten verdwenen. Totdat ik op een maandagochtend vanaf het station naar mijn Nijmeegse huis liep en besefte dat ik vlakbij die bocht in het spoor woonde. Ik rekende uit waar de trein ongeveer begon te remmen, in welke bocht de tempel moest liggen. Toen bleek dat ik er al vele malen ongemerkt langs was gefietst. Daar stond het, iets van de weg af: een klassiek schoolgebouw met rechte, bakstenen muren, hoge ramen met witte kozijnen. Er was niets Oosters aan, maar op het dak, in het midden, stond het torentje. Bovenop het gebouw de belofte van een heel andere plek.

Tot mijn schrik zie ik dat er over een paar weken een korte reis in mijn agenda staat. Ik ben al maanden niet meer ver van huis geweest. Het elastiek dat me met thuis verbindt is al die tijd niet meer opgerekt, waarschijnlijk is het zelfs gekrompen. Het idee om in een vliegtuig te stappen en tweeduizend kilometer af te leggen, voelt als een vrije val.

Geleidelijk zal ik de cocon die mijn huis is moeten verlaten om over drempels te stappen, naar plekken te gaan waar veel mensen zijn, niet wetend of ik iemand drie zoenen moet geven, in de armen val of toch een hand uitsteek, en zal ik weer vaker rennen voor een laatste trein naar huis. Ik zal nog steeds reizen via Google Street View, want dat deed ik al jaren, alleen zou dit in de normale wereld nieuwe vragen kunnen oproepen, want waarom zou je digitaal reizen als het ook weer kan in het echt?

In het echt. Steeds vaker hoor ik mezelf de woorden zeggen. ‘We drinken gauw weer eens koffie, in het echt.’ ‘Hopelijk tot snel, in het echt.’ Natuurlijk is het logisch om na een tijd van op afstand leven, van wachten, van uitstellen, van digitale ontmoetingen, van het mijden van aanrakingen, te verlangen naar het moment dat er geen scherm meer is tussen mijn gezicht en dat van de ander, of het nou een beeldscherm is of een laag plexiglas om te zorgen dat onze adem gescheiden blijft.

Binnenkort betreed ik weer nieuwe plaatsen, hoor ik andere stemmen, zie ik meer gezichten op één dag dan nu in een hele week. Mijn dagen en weken zullen weer versnipperen, over meerdere plekken en meerdere mensen. Ik zal bestaan als een gebouw met torentjes die uit allerlei werelden afkomstig lijken, door de verschillende mensen waarmee ik omga, het uiteenlopende werk dat ik doe, de plekken waar ik graag ben. Het leven in het echt was altijd al in stukken. Ongemerkt is mijn kijken voorzien van een schaar en knip ik zo een geheel bij elkaar. 

 

 

*

Dorien de Wit tekent, schrijft, maakt korte films en ontwerpt (audio)wandelingen. Na de kunstacademie in Den Bosch voltooide ze de master Fine Art aan het Sandberg Instituut in Amsterdam. Ze publiceerde poëzie, kort proza en essays in literaire en kunsttijdschriften zoals Hollands Maandblad, De Revisor, Liegend Konijn en Mister Motley. In 2017 won zij de Turing Gedichtenwedstrijd en in 2019 ontving ze de Hollands Maandblad Beurs (proza en poëzie).  Haar debuutbundel eindig de dag nooit met een vraag verscheen in februari 2021 bij Uitgeverij De Arbeiderspers.