Deze week gelezen: Kees 't Hart, Victorien, ik hou van je

Deze week gelezen: Kees ‘t Hart

Kees ’t Hart: de redacteur las een speelse bundeling van verhalen of essays of hoe wil je ze noemen die vermaken en raken.

*

Kees ’t Hart, victorien, ik hou van je. Verhalen en ontboezemingen

Ik heb de term literaire ‘speeltuin’ al zo vaak gebruikt voor het literaire tijdschrift en De Revisor in het bijzonder, dat het als een cliché begint te voelen. En misschien ook wat al te licht voor dit tijdschrift (Barbarber, ja!), maar een veilige ruimte om eerste stappen te zetten en te experimenteren, dat bestaat af en toe ook in boekvorm. Veel algemener in het consequente toepassen van andere perspectieven, het laten ontsporen van verhaallijnen, maar specifieker in een bundeling als Kees ’t Harts victorien, ik hou van je. Verhalen en ontboezemingen.

(Ook een oud-redacteur van De Revisor, net als de Boekenweek-auteurs van komend jaar, Marieke Lucas Rijneveld en Ilja Leonard Pfeijffer. Misschien is ons publiek niet zo groot (word toch abonnee, mensen, je krijgt er zoveel voor terug), maar je ziet ons wel terug in de boekhandel.)

victorien is een speeltuin in boekvorm. ’t Hart wekt de suggestie autobiografisch proza te schrijven, vanaf het eerste (titel-)essay, waarin hij probeert uit te zoeken hoe de tekst ‘victorien, ik hou van je’ op de Waalbrug belandde. Want hij kende toen een Victorien. Een Victorine eigenlijk. ‘Waar is Victorine gebleven, en de zus die ik begeerde? Goeie eerste zin voor een episch gedicht over de Waal. Wat is dat toch, jongensbegeerte? Evelien heette ze. Met i-e-n. Denk ik.’ Het is een zoektocht die speelt met het zoeken, ’t Hart belt met die, mailt met die, spreekt de zus — maar het levert weinig op, behalve vermakelijke inzichten en ontboezemingen.

Ik geloof hem in dat verhaal of essay of hoe wil je het noemen, ik geloof hem volledig.

Maar als je met die instelling aan het volgende stuk begint, een verzameling mails onder de titel ‘Het proefschrift’, kom je bedrogen uit. Een freudiaanse onderzoeksvraag ‘Uw laatste brief heeft me enigszins gerustgesteld en tegelijkertijd opnieuw verontrust.’) leidt tot gênante vervolgstappen (‘Dit lijkt me geen goed idee. Ik blijf te bang voor bordelen (ja, ook voor warenhuizen en kastelen, en zeker voor kleedkamers, al weet ik niet wat je daar precies mee bedoelt), dat moet je toch snappen, ik heb nu wel genoeg gezien.’) en het loopt uit de hand (‘Het lijkt me al met al een behoorlijk smerig gedoe, met dat natte gips en dan moet ik hem daarin steken en dan zorg jij, zorgen jullie, moet ik zeggen, voor de rest.’).

Er zitten ook drogere bijdragen bij, over hoe Madame Bovary eruit zag, een lofrede op Bordewijk, een verhaal over Gorter als sporter, een lezing van Thomas Mann, secundair in zoverre dat je toch echt de boeken erbij gelezen moet hebben, en dat heb ik niet. Toch word ik geprikkeld: had ik maar meer gelezen, en was ik maar bij Bordewijk begonnen. Maar er is ook

  • een reisverslag (‘Op reis met het Toonbusje’),
  • een tweeluik over de Eerste Wereldoorlog,
  • twee gedichten,
  • een Eenzame Uitvaart-geschiedenis,
  • de voorbereiding voor een lezing…

Wie gecharmeerd is van Athenaeums jubileumtas met literaire personages zal zeker lol beleven aan ’t Harts ‘Na afloop’, met nieuwe weetjes als ‘Frits van Egters werkte tot 1978 in een meubelwinkel.’ en ‘Repelsteeltje begon een zaak in sierstenen.’ De uitsmijter is een dialoog met zijn en onze redacteur bij de uitgeverij, die hij bij de presentatie met haar heeft voorgelezen. Zo gaat dat dus, lieve mensen, in het boekenvak.

– Hoe vond je de roman? Het is natuurlijk pas een eerste versie.
– Ik vond hem erg goed, echt fantastisch, het wordt een bestseller, echt waar. En de Librisprijs komt eraan.
– Dus er hoeft niet erg veel aan veranderd te worden?
– Absoluut niet, het is gewoon helemaal goed, goeie toon, niet te opzichtig literair, mooie visie, alleen kan het eerste hoofdstuk wel weg.
– Hoezo, het eerste hoofdstuk kan weg?

Maar geloof je dat nog? ’t Hart is afwisselend hilarisch en ontroerend en nieuwsgierig makend en raak. Maar vooral: hij dolt je. Wie een schrijver van 77 wil zien spelen, leze victorien, ik hou van je.

Querido gaf victorien, ik hou van je uit. Op Athenaeum.nl lees je een fragment uit het titelessay.