In de poëziereeks Binnenin plaatsen we op donderdag een nieuw gedicht van een Nederlandse of internationale dichter.
Deze week: Maaike de Wolf.












PARTY

Het zuur staat naast de leverworst te glanzen.

Een groepsgesprek komt op vette vis.
Alle vissers zijn verslaafd, zegt er een.
Alle vissers zijn gelovig, failliet en verslaafd, vult een ander aan.
Tonijn versus zalm.
Omega 3, visvetzuren.
Vragen van kennissen om te bepalen waar je je bevindt.
Mannen versus vrouwen.
In or out.
Zalm of haring.
Shotje soja, shotje sake.
Een omhelzing met de host.

Toastjes komen langs met een meisje dat liever jongensdingen doet. De eenzaamheid van jongens
lijkt haar beter verteerbaar dan die van meisjes. Zo ook de schaamte.


Die hand moet je trainen als een blaas, zegt een oom. Hij showt zijn spierbal en maakt een vuist.
Als een wil.

Een taoïstische monnik danst je blikveld in. Voordat je je hoofd bij kan draaien is hij alweer verdwenen
in een roze gloed aan de rand van de duisternis.


Er valt een tampononvriendelijk grapje.
Angela Merkel wandelt de tuin in met een levend cadeau.
Er volgt een vluchtelingonvriendelijk grapje.
Maar wat blijkt? Een jong hondje kan iedereen met open armen ontvangen.
Personality goes a long way.


Muziek.
De vader van de host brengt goede smaak ter sprake. 

Verderop
een man lag lepeltje-lepeltje-lepeltje
vertelt het verhaal – hear me out
onder invloed van LSD
completely awesome
in bed tussen twee van zijn evenbeelden in
vlezig en echt als jij en ik
weird maar lief
in de nacht lag hij zo precies waar hij zijn moest zo
stil als hij kon om de ik voor hem en die achter hem
niet wakker te maken.

Binnen sta je met tallozen in de rij voor de wc.

Of je aanwezigheid in het leven van een hond betekenis aan je eigen leven geeft, is de vraag. 
Maakt het iets uit dat je de hond overleeft en dat een hond niet over jou kan
vertellen? De betekenis blijft gevangen, zegt iemand, tussen jou en je hond. Dat moet genoeg zijn.

Een hele mensheid staat op je schouder te bonzen.

 


Maaike de Wolf
(1978) maakt poëzie en zeer kort proza. Ze studeerde aan de School voor Journalistiek
en de Schrijversvakschool Amsterdam. Eerder verschenen haar gedichten in o.a. Hollands Maandblad,
De Gids en Het Liegend Konijn. Ze draagt graag voor op literaire podia en festivals. Daarnaast werkt
ze als freelance tekstschrijver.