Deze week gelezen: Emily Kocken, Lalalanding

Emily Kocken: de redacteur las een van de eerste zomertips, een schaduwspel met taal in de Lichtstad.

*

Daan Stoffelsen: Emily Kocken, Lalalanding

Lezers van De Revisor hebben de proloog van Emily Kockens derde roman al gelezen; dat hoofdstuk, over een schaduwliefde op een zwaaimeisje op Saint-Lazare, stond in #25, De oversteek. Die introduceert haar hoofdpersoon perfect: een slimme jongen, een arbeider in een gloeilampenfabriek, een dromer, snel verliefd. Jean Rodin, zijn naam is groots, hij moet wel een denker zijn. Maar de droom (of het denken) wordt verstoord, eerst door een dronken wildplasser die zich afvraagt waar Parijs is (‘Où est Paris?’ ‘Où, mais où est-ce, monsieur?’), dan door de besognes van zijn veertienjarige zusje op wie hij verliefd is, dan door de val of de zelfmoord van zijn naaste collega André V., zijn beste vriend, en ten slotte door de onduidelijke nachtelijke handel van zijn vader.

Voilà, het verhaal van Lalalanding: een dromer ziet zijn zekerheden wegvallen in de Lichtstad. Maar veel meer dan dat is de roman een geschiedenis van afkortingen met risico en een spel met taal. Al kort na die proloog geeft Kocken daar een glimp van weg.

‘Je zusje zegt simpel “Villa C.”, ze springt touwtje, ze zegt de naam tussen de slagen door, touwtjespringen, het is haar lievelingsspelletje, ze springt en springt, roept “Vil-la C.”, bij elke sprong kun je haar harder horen hijgen, “Vil-la, Vil-la, Vil-la C…”, ze hijgt, ze hijgt, ze raakt steeds meer buiten adem, ze springt, ze hapt naar adem, bijna stikt ze, een slechte zwemmer onder water, ze springt snel, ze springt hoog, woorden worden door het springen oneerbiedig ingekort, lettergrepen lelijk afgesneden, “Villa C.” wordt “C.”, alleen “Villa” zou trop ironisch zijn.’

Een afkorting, een eerste in een boek waarin letters op zijn Perecs wegvallen. En een snipper Frans, net te begrijpen met je middelbare-schoolkennis, die couleur locale geeft. Er volgt een pagina met alleen C’s, in een art-déco-fonte de caractères. Op zijn K. Schippers’ heeft zo’n afkorting ook consequenties, hij beïnvloedt het verhaal. Zus Odilette realiseert zich dat niet als ze ervoor kiest O te heten, maar Jean vreest dat een onhandige opmerking André (tja: ‘Nu hij dood was, was hij je beste vriend.’) fataal werd:

‘“Stel je voor dat je de é zou weghalen,” had je tegen Monsieur Valéry Léon gezegd, en die verbale stommiteit was slechts een paar dagen geleden. Een bijdehante opmerking zonder bedoeling. Je wilde bijdehand doen om het bijdehand doen, dat was alles. Onverantwoord, Jean. Je had je de ernst van je woorden moeten realiseren. Dat het beschadigen van een naam iets lelijks kan uitrichten. Soms manifesteert de verandering zich in het heden, maar vaak merk je de consequentie later.
Eeuwen.’

Waarschijnlijker speelt er een amoureuze rivaliteit met de directeur van de fabriek van André en Jean, of verbeeldt Jean zich dat? Of was het een ongeluk? Die combinatie van de ernst van Jean Rodin, en de lichte toon van de verteller, die onderzoekt hoe cliché-Parijs nog net kan en een enkele keer nadrukkelijk inbreekt, maakt de roman wat ongrijpbaar. Geestig, licht, knap – maar wat zet Jean nu te zwaar aan, wat is er werkelijk gebeurd, hoe gaat het nu verder met de jongen en zijn zusje en zijn ouders in hun gehorige appartement in Villa C.?

Kocken heeft je binnengehaald met een schaduwspel, en ze laat je erin achter.

Querido gaf deze roman uit. Zowel Kockens roman als Revisor #25 staan in ons ‘Deze zomer te lezen’-overzicht. Op Athenaeum.nl staat een fragment.