Entries by Laura Broekhuysen

Viering

Het is feest bij Revisor! Mede dankzij het Nederlands Letterenfonds kunnen we acht interessante auteurs met een dubbele achtergrond, aan het woord laten over wat mensen samenbrengt: feest. Schrijvers zijn gevoelige feestvierders, ze zien meer dan gezellig is, en als je ook cultureel een buitenstaander bent, zie je nog meer. Proza van Richard de Nooy, […]

Mensuren

Voor de gratis uitgave De onbekende Hermans liet Laura Broekhuysen zich inspireren door een verhaal van W.F. Hermans. * ‘En zie je dat verschil dan niet, heb je geen onderscheidingsvermogen.’W.F. Hermans, uit ‘Cascaden en riolen’ De winkel is je vertrouwd, blind laveer je tussen de schappen. Je bent vergeten dat het een ander filiaal is. Alles ligt […]

500 à 1000: Het potsierlijke van orde

Dat het in je hoofd pikdonker is valt ’s nachts pas op. Je laveert als vleermuis door het huis; wordt er een kruk verschoven, stoot je je, vloek je, of je hoort dat je vader zich stoot en vloekt. Of was je het nou toch zelf? Je voelt een glas langs je knokkels glijden, je […]

Dooi! (Winter-IJsland X)

De lente is een orkaan. We zijn naar buiten gerend, struikelend, de wind douwt ons voor zich uit. De deur is achter ons dichtgeslagen. Ons kind, op de plaats rust, kijkt vanaf de vensterbank, haar neus en handen plat op de ruit. We graaien naar alles wat losligt. We binden schommels aan palen, we sjorren […]

Geen lente (Winter-IJsland IX)

De maan schuift voor de zon. Mijn dochter, met okeren wangen, de wimpers merkwaardig rossig, knippert naar de verduisterde baai. We luisteren naar het gehinnik van paarden, er wordt gesteigerd, de watervogels maken lawaai, kwaken en wieken. Met het vergiet, de gaten rond, maakt mijn man schaduwen vol uitgespaarde maantjes op de muur. Smaller en […]

Driemaal Jón (Winter-IJsland VIII)

De tank met ontlasting van een man die al twee jaar dood is, verzakt in onze voortuin. Twee tuinkabouters graven hem uit. Jón de loodgieter, die de hele baai bestiert, en Jón met de graafmachine, wiens boerderij we in de verte zien oplichten; allebei hebben ze baard en laarzen. Jón met de graafmachine bikt een […]

Eerste zon (Winter-IJsland VII)

De zon, een half oog dat na maanden boven de bergrand luipt, laat het stof op de ruiten schitteren. We vinden onszelf terug als reptielen, doodstil verspreid over de vensterbanken op het zuiden. Onze oren gloeien. We bewegen alleen onze oogbollen. Ook de paarden staan versteend in de wei om hun bloed op te warmen. […]

Vis (Winter-IJsland VI)

Een dorp in een fjord is een wereld op schaal. Er is een kerk, een winkel, een school. Uit de stoep steekt een geloofwaardige lantaarnpaal, maar zoals in maquettes loopt niemand op straat. De mensen doen alsof ze binnen zijn. In hun huisjes kijken ze naar afdrukken van alles wat warmbloedig is, lichtbrekingen in pixels, […]

De reis naar het Oosten (Winter-IJsland V)

Op hoge snelheid rijden over land waarop niets groeit, dat zo weids is dat na een uur nog steeds de zee rechts van je ligt en de bergrug links, geeft je de sensatie een adelaar te zijn, in het bezit van ogen met een groter oplossend vermogen dan een mensenoog. We kennen die grotere opname […]

Poollicht (Winter-IJsland IV)

Van het kind in aantocht kan mijn dochter zich niets anders voorstellen dan dat het direct na de geboorte in de sneeuw zal vallen. Ze oefent hoe ze het op zal vangen, hoe ze de sneeuw van het buikje klopt, het laarzen aantrekt, muts en wanten. Kom maar, zegt ze, zo word je lekker warm. […]