De poëziereeks Binnenin bestaat nu ook online! Om de week plaatsen we op donderdagochtend een nieuw gedicht van een Nederlandse of internationale dichter. Zo publiceren we deze weken poëzie van Alara Adilow (NL), Daniel Saldaña París (MX), Willemijn Kranendonk (NL), Olga Stehlíková (CZ) en Tania Ganitsky (COL). Vandaag: Willemijn Kranendonk met haar gedicht ‘De aankomst van de lente in Woldgate, East Yorkshire in 2011, David Hockney’.

*

De aankomst van de lente in Woldgate, East Yorkshire in 2011, David Hockney

De bomen als langgerekte vaders een pad
dat voorzichtig afbuigt elk blaadje
een ontstaansgeschiedenis
de takken hangen omhelzen de lucht proberen
me aan te raken om de warmte
die in mijn lichaam huist te begrijpen
de kleur van mijn huid aan te nemen ik wist niet
dat bomen paars zijn maar nu begrijp ik het

Ik zie flats geveltuintjes kozijnen
hier is nieuwe ruimte nieuw licht
iedere stronk stengel elke bloem ik zie je

In deze wereld zijn er geen dieren
die hun eigen leefomgeving kapotmaken
geen aanslagen in trams er zijn vaders
die hun armen uitstrekken niet bang zijn voor de lichamen
van hun dochters ik dwaal
verder het bos in
hoe ik iets achterlaat

Mijn stappen worden gedempt door mos en varens
armen dirigeren me naar het donkere hart
waar de oudste bomen staan het is hier stil
als ik omhoogkijk zie ik geen lucht
overkapping van boom

1110010011100000WIJ000000001111000010101010101000001110001110010010010010
1010101010101010ZIJN0000DE1000100101010101010101001101DATABOMEN1010101010
10101000000000WIJ1100000101010100101110001HEBBEN1110001101001101010101010
0000AL101001JOUW1000101110011UPDATES101001010101010OP11111SOCIALE111000NE
TWERKEN1100011BIJGEHOUDEN00EEN0000ALGORITME11100GECREËERD000OM111000JE110
100101GEDRAG11000TE111VOORSPELLEN111000111000ROZE000DILDO0001000101010101
010101010000TUINSET000PRULLENBAK000000001010100101111111100ALLE00001111ME
NSEN0101010110010111LEVEN00001000010101010011MET10100000EEN1110000SCHORPI
OEN0101010IN000HUN0000101010101HOOFD100010011JIJ000111000111BENT1110000EE
N000101011010111SCHOOLVOORBEELD000010100101010101010100000111100010100101
001000011000010101010001010101001011

Mag ik gaan liggen

0000WE100001010101LUISTEREN0000101101AL000JE0101001011GESPREKKEN00111AF00
111000111DE0000111WOORDEN11101010011011DIE100010101010JE1000111111HEBT111
000011111GEBRUIKT100100010101OPGESLAGEN1001010000000000110101010101010101
10IN000ONZE1111100000STAMMEN111100000011100010101001010101011111111WE0000
111WETEN000101010111WAT000111JE111DENKT1000101010100101001010101000000001
111000011100010101010101010101010100000101010110101010011
0111GEEN110000000011010100001011FOTO’S11111000MAKEN0000100100110100000STA
11000000OP1110101010101001011111VOLG1100000DEZELFDE1001010101010100WEG110
0000DIE111000100101JE1001010101GEKOMEN1010101010BENT11111111111

Willemijn Kranendonk (1994) schrijft proza en poëzie. Ze studeerde Creative Writing en schreef als afstudeerwerk een serie gedichten genaamd Spullen en lichamen. In 2017 stond ze in de finale van Write Now!, dit jaar werd ze derde bij de Turing Gedichten Wedstrijd. Ze publiceerde in Tirade en DW B, op De Optimist en Meander. Ze werkt momenteel aan haar debuutroman die zal verschijnen bij Uitgeverij Van Oorschot.

De poëziereeks Binnenin bestaat nu ook online! Om de week plaatsen we op donderdagochtend een nieuw gedicht van een Nederlandse of internationale dichter. Zo publiceren we deze weken poëzie van Alara Adilow (NL), Daniel Saldaña París (MX), Willemijn Kranendonk (NL), Olga Stehlíková (CZ) en Tania Ganitsky (COL). Vandaag: Daniel Saldaña París  met ‘Jaren later haar naam googelen (new spleen)’ in de vertaling van Luc de Rooy.

*

Jaren later haar naam googelen (new spleen)

Vertaling: Luc de Rooy

Zij in een stopmotion-animatie, rokend met een mondje dat eerder perversiteit dan elegantie uitdrukt. Zij, opnieuw geanimeerd, op een plavuizen vloer die de plavuizen vloer zou kunnen zijn van het appartement waar mijn grootvader de begeerte van seks leerde kennen, en ja hoor, het ís dezelfde plavuizen vloer, nu zie ik het. Haar kapsel drukt zowel smerigheid als pracht uit, in gelijke proporties, zoals alle dingen die in eerste instantie binnen handbereik lijken. Een tekst van haar waarin ze pleit voor een niet-formele scholing met een filosofisch karakter en een zomerkamp voorstelt waarop de kinderen worden vermaakt met: 1) hun ervaringen op ‘cassette’ vastleggen, 2) wandelingen maken op het platteland en kaartspelen doen, 3) ‘lichaamsexperts’ worden. Dat laatste punt vind ik het minst concrete, maar in allemaal detecteer ik, of hoop ik sporen of bewijsmateriaal te detecteren van de persoon met wie ik gedurende twee jaar heb samengewoond (niets verzekert me ervan dat het daadwerkelijk om een en dezelfde persoon gaat). Zij bij wat een rockconcert lijkt maar waar ze gekleed is als een folk en op het podium losgaat; ze valt. Haar naam in willekeurige lijsten: van studenten, van deelnemers aan een volksvergadering, van ondertekenaars van een brief tegen de verhuizing van een boekhandel die we ooit samen bezocht hebben en die mij al een hele tijd niet meer interesseert. Haar naam maar met de achternamen in de verkeerde volgorde. Haar naam in de kieslijst van een district in Texas. Haar naam tussen de deelnemers van een springwedstrijd in Pomona. Haar naam in verschillende modificaties of onmogelijke contexten gevolgd door nog meer pagina’s met resultaten. Ten slotte andere namen.

Daniel Saldaña París (Mexico-Stad, 1984) schrijft poëzie, korte verhalen, essays en romans. In eigen land wordt hij beschouwd als een van de belangrijkste hedendaagse dichters, naast onder anderen Luis Felipe Fabre, Paula Abramo en Inti García Santamaría. De romanEn media de extrañas víctimas (in het Engels vertaald als Among Strange Victims) betekende zijn internationale doorbraak, en in 2017 werd hij opgenomen in de lijst van Bogotá39, de 39 interessantste jonge auteurs uit Latijns-Amerika. Eén vertaling van zijn werk verscheen eerder in het Nederlands: het verhaal ‘Piñata’, in literair tijdschrift Gierik-NVT.

De poëziereeks Binnenin bestaat vanaf vandaag ook online! Om de week plaatsen we op donderdagochtend een nieuw gedicht van een Nederlandse of internationale dichter. Zo publiceren we de aankomende weken poëzie van Alara Adilow (NL), Daniel Saldaña París (MX), Willemijn Kranendonk (NL), Olga Stehlíková (CZ) en Tania Ganitsky (COL).

*

De begrafenis.

            . Ik heb
mijn vriend over het grijze zand gesleept alsof hij

            een moot             schrootstaal was. Hagelwolken sluieren mijn ogen, mijn huid is as geworden. Gisteren             brak een ekster de stad als brood. De maan brandde bloedvuur.

Naast het lijk heb ik gelegen
toen ik mij moest verschuilen.
Het begon te ruiken als een rat.

            Alle        ratten moest ik verjagen
die zich verzamelden voor                        het feestmaal.

In de ochtend sloeg ik een gat in de grond.
kneep een gebed uit mijn adem             legde deze samen met een kus op zijn voorhoofd.

We zijn het lied dat duiven zingen.

In de dageraad braken zijn herinneringen als saxofoonnoten
door de grauwe hemel. In het hart sluimert het heelal als een foetus
                                                               al is de
                                                                          we-
                                                                          reld een kuil
                                                    vol
                                                    ingestorte
infrastructuur.

Voordat ik wegging vertelde ik hem
een slaapverhaal zoals hij ooit
aan mij vertelde: Op een avond
kwamen alle        bergen en sterren             onverwachts
op bezoek, ze hadden vreselijke honger
vroegen melk en dadels.    Zij dansten
met elkaar als zandheuvels in de armen
van woestijnwinden, zongen vergeten
liefdesliederen.

We hopen dat wij een dag
de hemel mogen opensnijden
als                      de buik van een boeman
en al onze naasten die wij missen
er verrast uit zullen vallen.

Alara Adilow schrijft poëzie en proza. Ze heeft vier jaar deelgenomen aan Poetry Circle en werkte daar samen met vijf andere deelnemers en een coach aan het ontwikkelen van podiumpoëzie. Na de finale van NK Poetry Slam te hebben behaald, werkt Adilow nu bij Uitgeverij Prometheus aan een debuutbundel.

Twee gedichten, ditmaal van twee dichters: Martine van der Reijden en Mattijs Deraedt. ‘onder druk geeft traagschuim lichamen prijs’, schrijft Van der Reijden in ‘minnebrand’. En ‘Nu vul ik mijn longen / met de berglucht uit mijn puffer, / streel ik mijn diploma’, schrijft Deraedt.

*

minnebrand

vuurrood lijnenpatroon op het wijnglas 
vertelt loslippig over samenzijn verlor
blozen de kristallen kelk
onze lakens ruiken lavendelfris 
onder druk geeft traagschuim lichamen prijs

naakt keren slakken huiswaarts
in de warmte bind ik de schermbloemen op
versiert het zevenblad de tuin

schwalbende zwaluwen knippen de lucht
strak om mijn strot de akkerwinde
wij hebben gedanst liegen neukende mieren
gewoon gedanst

gifgroen korrelt het gras
ik kijk of de vuurrode afdruk mij past
bij de buren borrelt gelach

schwalbende zwaluwen knippen de lucht
vliegeren zonder koord
bij tegenwind verdwijnt de fopduik in de doofpot


*


Zwerver

Zonder het te weten veranderde ik
van een zoon in een zwerver.

Ik hing maar wat rond in het huis en zei:
‘Bonjour, est-ce que vous pouvez me donner
un peu de monnaie pour un café s’il vous plaît?’
In het begin tastten mijn familieleden
nog in hun zakken, maar na een tijd
bleef er enkel een ‘bonjour’ over.

Op een dag vonden ze me
in een hoek van de woonkamer,
mijn luchtwegen vol slijm.
Ze brachten mijn restanten naar de dokter
en gaven me astronautenshakes.
Toen ik wakker werd, voelde ik me beter dan ooit.
‘Goeiedag,’ zei ik, ‘goeiedag.’

Nu vul ik mijn longen
met de berglucht uit mijn puffer,
streel ik mijn diploma, die als een naaktkat
op mijn knie ligt, en bedrijf ik de liefde
met een jonge blonde vrouw.

Maar ik weet: ooit was ik een zwerver,
en dat, dat nemen ze me niet meer af.

‘De moeder, de vrouw’, het thema van de Boekenweek 2019, leverde veel kritiek op, bundels met columns, essays en verhalen en gedichten. Maar er is ook nieuwe literatuur. Bernard Wesseling schreef ‘Moeder en zoon’, over heldendom, het zachte verband – en bang-zijn.

*

voorlopig staat de mythe van de man tussen hen in. een zucht
naar heldendom vermomt als offervaardigheid.

geen man erkent zij, wat zij ziet is een ontwend kind.
zijn zwijgzaam-zijn als een moegespeeld front.

zoals hij wenst. zij onthoudt zich van hem.
toch vraagt ze — slechts met haar blik, de ondragelijk minzame —

dat hij hun zachte verband niet vergeet. alsof hij zou kunnen.
al is veel (te veel?) onbegrepen gebleven.

zij duwde zijn nagelriemen op, tot de kalkmaantjes zichtbaar waren. gaf hem te praten. leerde hem zijn kwetsbaarheid aan.

ooit zal hij haar beste les ondergaan: dat bang-zijn
geen zonde is, maar de schaduwkant van verwondering.

Iduna Paalman, van wie we eerder het minifeuilleton ‘Blitzmädel’ publiceerden, schrijft ook poëzie. Van haar zijn de ‘Twee gedichten’ van deze maand: ‘Altijd welkom’ en ‘Vermommingen’.

Altijd welkom

Ze zeggen dat als je een huis hebt gekocht, er een boomgaard omheen hebt geplant, nee
een boomgaard gekocht er een huis omheen geplant, de zee op ruikafstand hebt gelegd
het geheel een naam hebt gegeven, dat je dan kunt spreken van een opgebouwd bestaan.

Daarna begint het vertellen: zet een uitroepteken achter elke zin voor extra bezieling, rol
je op langs de randen van je verhaal voor een huiselijk tafereel. Meer heb je niet nodig.
Stop met werken om het geheel te professionaliseren, nodig mensen uit, luister naar ze,
je bent een gesprek begonnen voor je er erg in hebt.

Dan komt het aanraken: de appels haal je van je land, sommige hebben stootschade, je
brengt ze naar een bedrijf dat er sap van maakt. Wat je weet van betasten: dat het raadzaam
is om voorzichtig te knijpen, als het geknepene terugveert is het goed. Je hebt gelezen over
de Watermelon app, je telefoon ‘hoort’ met een tik op de vrucht of die eetbaar is, dat lijkt
je handig, soms kun je aan de buitenkant niet zien of iets vanbinnen volgroeid is

dit is waar je naar gezocht hebt, zeggen ze. Een aanraking die tegelijk een huisvesting is,
bomen die niet alleen de juiste vruchten, maar ook de zeelucht dragen. Een bordje dat
je langs de weg kunt zetten, een tent die opgezet kan worden in de tuin. Je stuurt me
een bericht: dat ik nu altijd welkom ben.

Vermommingen

Zuig een leeggedronken waterflesje vacuüm, zie hoe de hals in de romp verdwijnt
haal je mond weg, draai de dop erop, dit is de nieuwe situatie, zo trekken mijn botten
samen, kraakt mijn nieuwe lichaam
 
als mijn vader zegt dat iemand mager in de kop is bedoelt hij: dom
buurman Ruud is mager in de kop want hij besteedt al zijn tijd aan procederen
tegen bouwen in de boswal. Ik ben ook tegen bouwen in de boswal maar mijn kop
is juist de enige die nog zwaarte draagt: dit is mijn neus, dit zijn mijn ogen, ik kan
ze aanwijzen, er is iets om aan te wijzen

de rest is krimpgebied. Als je huid geen longen bedekt maar in elkaar geperste
pogingen tot peristaltiek, er wel water voorhanden is maar je het absorberen bent verleerd
als niemand meer bij je kan schuilen voor bijvoorbeeld een plots aangebroken
weersverandering of iets in de familiesfeer, omdat juist dat is wat je verloren bent:
een omhulling te zijn, iets dat iemand bij je in bewaring kan geven – waar zou je
het in hemelsnaam moeten laten, alles ligt kromgebogen naar adem te happen

dan ben je nog niet jarig, aldus eveneens mijn vader die er tenminste nog een mening over
heeft, ik vroeg hem hoe je dorst moet uitleggen als je de onderdelen vocht, mond en tong
niet mag gebruiken, je mag het met ‘vloeibaar’ proberen maar let op: daarna hou je
weinig woorden over

hij deed de volgende poging: sommige weeskinderen stelen kleren, klampen zich vast
aan het grondpersoneel, zeggen dat ze hun ouders kwijt zijn, noemen zichzelf Jessica Mayer
omdat identiteit voor honger gaat, voor dorst, zo kan ook de maag zich in de ribbenkast
verstoppen, de slokdarm in de hersenen, vermommingen die je op het blote oog gelooft

tegen Ruud hoorde ik hem over de schutting zeggen: zuig aan een leeg flesje, merk
hoe huls massa wordt, dat is hoe mijn dochter massa kon worden, tegelijkertijd al aan het
verdwijnen is, we meten de fases aan het afglijden van haar accessoires.

In de Twee Gedichten-reeks dit keer nieuw werk van Laurine Verweijen: ‘Moetingen’. Een woord met zeven betekenissen, dat er bij ieder gebruik zes achterlaat.

*

1

een struisvogel
heeft een oranje reuzenei gelegd
van heinde en verre komen vogelaars
en fotografen
op dit natuurverschijnsel af

het ei is te groot
om weer in te slikken of onder zijn kin
mee te nemen naar beschutting

het ei vervreemdt van zijn legger
talloze flitsen leggen dit onzichtbare vast

2

steeds meer mensen leggen hun gehoor aan de grond
zelfs in platte vlakken kunnen zij de zee horen:
‘er gaat een mentaal vacuüm uit van de wereld aan je oor’

hoeveel gronden klinken door in andere gronden?
gruis uit Nieuw Afrika leeft in de straatstenen van een middelgrote Franse stad

de dakloze van het 7de arrondissement
die verderop een woning kreeg toegewezen
keert ‘s nachts terug om tegels te keren
neemt ze mee naar zijn nieuwe bed

3

een boom zwaait voor het allerlaatst vandaag
een jongen loopt de man tegemoet die hij later zal worden

op internet bestaan websites die behalve door de maker
door niemand worden bezocht

er is een meisje door een glazen deur gelopen
zonder dat ze zelf iets in de gaten had

haar moeder plakt zwarte vogels op het nieuwe glas

4

een kluitje woorden staat op het punt
te worden geschrapt

een orgasme besluit
net voordat het bereikt wordt
het lichaam te verlaten

5

het pad dat ik achter me liet
blijft me volgen
als een trein die ik vanuit de auto zie
en telkens vanachter een bomenstrook
weer tevoorschijn piept

6

een meisje is door een glazen deur gelopen
steeds meer mensen horen de zee

een orgasme besluit
net voordat het in duizend lichtpunten uit elkaar knalt
het smachtend lichaam te verlaten

een woord met zeven betekenissen laat bij ieder gebruik

zes betekenissen achter

Vorige week werd Merel van Slobbe tweede in de Turing Gedichtenwedstrijd. Vandaag publiceren we ‘Voorkom erosie, blijf op de paden’ van haar. Lezen!

Voorkom erosie, blijf op de paden

Er zijn verschillende manieren om een weg over te steken:

1. In je balletpak.
Zoals die keer dat we besloten om verdwalen dansen te noemen
omdat dat spannender klinkt, in het asfalt groeven we naar publiek.
We bleven de hele zomer lang pirouettes draaien omdat we wisten
dat verdwalen een thuis veronderstelt en dansen niet.

2. Snel en zonder om te kijken.
Er zijn vast prijzen te winnen en er is concurrentie te verslaan.
Dit is hoe het voelt om ouder te worden: je rent met uitgestrekte armen
een konijn achterna maar elk weiland ruikt anders dan je dacht
en de horizon staat steeds net in de weg.
Iemand zet een vitrinekast op Marktplaats.

3. Mislukt.
Zoals het konijn dat nu dood in de berm
een metafoor voor alle dingen ligt te zijn
die ergens aan wilden ontsnappen maar werden ingehaald.
Voor even vergeten dat wie eenmaal de hoek om is
nooit meer voor altijd thuis kan zijn gebleven.

Wat ik wil zeggen is dit:

Er zijn verschillende manieren om een weg over te steken
maar we kunnen ook op de paden lopen zodat we geen wolven zien.

We zullen de deur achter ons dichtdoen en op hometrainers reizen
we zullen TL-verlichting tot sterrenbeelden rijgen en boven alles
zullen we verzwijgen hoe het verdwalen ergens in een hoekje
van de huiskamer ligt te wachten en op wie.

 

Twee nieuwe gedichten! J.V. Neylen (1989) studeerde theaterwetenschappen aan de universiteit van Gent. Momenteel schrijft ze gedichten en werkt ze aan haar eerste roman. Naast het schrijven werkt ze als redactrice voor Uitgeverij C. de Vries-Brouwers en voor het literair magazine Kluger Hans.

*

De jaren

Ik likte de dagen tot op het bord,
proefde een veelheid aan smaken –
kersen met chocolade, thee met marsepein –

bedot. Mijn dagen zijn uitgelepeld.
Het bord oneindig bijgevuld,
dezelfde hete soep.

Ik hak ajuin met mijn nagels.
Mijn lichaam – een klaproos,
buigt over de tafel heen.

Ontzielde pop. Doodop.

 

Gazelle

Mijn voeten zitten geworteld in de grond,
toch trekt hij mij mee in zijn sprong,
lost mijn gedachten

wanneer zijn romp gekromd
op een ovalen luchtmassa drukt, zijn poten –
slechts even gebroken – reiken naar de grond.

Onaanraakbaar dier, reik niet
naar wat van ovalen meetkunde maakt.
Blijf daar woordloos hangen.

De grond is niet voor jou bedoeld.