De poëziereeks Binnenin bestaat nu ook online! Om de week plaatsen we op donderdagochtend een nieuw gedicht van een Nederlandse of internationale dichter. Zo publiceren we deze weken poëzie van Alara Adilow (NL), Daniel Saldaña París (MX), Willemijn Kranendonk (NL), Martijn den Ouden (NL), Olga Stehlíková (CZ), Merlijn Huntjens (NL) en Tania Ganitsky (COL). Vandaag:  Olga Stehlíková met ‘Reeën’, in de vertaling van Kees Mercks.

Vandaag heeft zich eindelijk
het beeld aangemeld
dat ik steevast maar vergeefs terug wilde halen
al enkele dagen

Om precies te zijn…

Reeën staan roerloos in de nevel als uitheemse stronken.
Reeën staan roerloos in een vore als exotische stronken.
Reeën verrijzen roerloos uit de nevel als stroken.
Reeën staan stijfjes in een vore als stronken.
Reeën staan in de nevel als stronken.
Reeën staan daar in een vore te staan als stronken.

Reeën staan daar te staan…
Reeën staan daar stokstijf in de nevel te staan als stronken.

Dat was het beeld dat ik bedoelde

Olga Stehlíková (1977, Tsjechië) is redactrice en literair critica, schrijft poëzie en sinds kort ook kinderverhalen. Ze debuteerde met de dichtbundel Týdny (Weken, 2014), waarvoor ze de Magnesia Litera Book Prize for poetry kreeg, een belangrijke Tsjechische poëzieprijs. Met musicus Tomáš Braun maakte ze experimentele klankpoëzie vejce/eggs (2017), tweeregelige coupletten in een mengvorm van Tsjechisch, Engels en muziek. Het gedicht Reeën komt uit haar dichtbundel Een uitroepteken als een vlaggenmast (2018). Stehlíková woont in Praag en heeft twee dochters.

De poëziereeks Binnenin bestaat nu ook online! Om de week plaatsen we op donderdagochtend een nieuw gedicht van een Nederlandse of internationale dichter. Zo publiceren we deze weken poëzie van Alara Adilow (NL), Daniel Saldaña París (MX), Willemijn Kranendonk (NL), Martijn den Ouden (NL), Olga Stehlíková (CZ), Merlijn Huntjens (NL) en Tania Ganitsky (COL). Vandaag: Martijn den Ouden met ‘het tentenkamp klappert in het dal’.

*

het tentenkamp klappert in het dal 
de balletdansertjes liggen doodstil 
op hun veldbedden te luisteren 
begint er een te fluisteren aapjes 
bijten elkaar vaak uit liefde – wij niet 
wij moeten zonder uitzondering 
knap voor de dag komen – het 
schept een wreed genoegen 
het rukken van de wind aan de 
dingen de bomen de struiken de 
kop van de zee het zeil der tenten – 
precies zo formuleren – de schichten 
de donder drie kiezelstoten van 
druppels van dof botsen van flets 
regengeroffel van onheilspellend 
hagelgeklater in modderplassen dat 
wordt de volgorde de 
balletdansertjes zullen liedjes 
zingen die naar zwemmende 
paarden ruiken – liedjes ruiken niet – 
en ze troosten elkaar door het 
angstzweet teder uit de nekjes te
likken

Martijn den Ouden (1983) is een Nederlandse dichter en beeldend kunstenaar. Hij werd geboren als predikantszoon in Nieuw-Lekkerland. In 2009 studeerde hij af aan de Gerrit Rietveld Academie, waar hij de studierichting beeld en taal volgde. In 2010 verscheen zijn debuut Melktanden bij uitgeverij Querido, volgens de Stichting Poëzieclub ‘Het boeiendste debuut van het jaar’. In 2013 volgde zijn tweede bundel De beloofde dinsdag. In hetzelfde jaar verscheen ook beeldend werk van Den Ouden in HP/De Tijd. In 2017 kwam de korte film Denk maar aan iets blauws uit, gebaseerd op een gedicht van Den Ouden. Ook kwam de bundel Een kogelvrije zomer uit, dat het jaar daarop werd genomineerd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs.

De poëziereeks Binnenin bestaat nu ook online! Om de week plaatsen we op donderdagochtend een nieuw gedicht van een Nederlandse of internationale dichter. Zo publiceren we deze weken poëzie van Alara Adilow (NL), Daniel Saldaña París (MX), Willemijn Kranendonk (NL), Olga Stehlíková (CZ) en Tania Ganitsky (COL). Vandaag: Willemijn Kranendonk met haar gedicht ‘De aankomst van de lente in Woldgate, East Yorkshire in 2011, David Hockney’.

*

De aankomst van de lente in Woldgate, East Yorkshire in 2011, David Hockney

De bomen als langgerekte vaders een pad
dat voorzichtig afbuigt elk blaadje
een ontstaansgeschiedenis
de takken hangen omhelzen de lucht proberen
me aan te raken om de warmte
die in mijn lichaam huist te begrijpen
de kleur van mijn huid aan te nemen ik wist niet
dat bomen paars zijn maar nu begrijp ik het

Ik zie flats geveltuintjes kozijnen
hier is nieuwe ruimte nieuw licht
iedere stronk stengel elke bloem ik zie je

In deze wereld zijn er geen dieren
die hun eigen leefomgeving kapotmaken
geen aanslagen in trams er zijn vaders
die hun armen uitstrekken niet bang zijn voor de lichamen
van hun dochters ik dwaal
verder het bos in
hoe ik iets achterlaat

Mijn stappen worden gedempt door mos en varens
armen dirigeren me naar het donkere hart
waar de oudste bomen staan het is hier stil
als ik omhoogkijk zie ik geen lucht
overkapping van boom

1110010011100000WIJ000000001111000010101010101000001110001110010010010010
1010101010101010ZIJN0000DE1000100101010101010101001101DATABOMEN1010101010
10101000000000WIJ1100000101010100101110001HEBBEN1110001101001101010101010
0000AL101001JOUW1000101110011UPDATES101001010101010OP11111SOCIALE111000NE
TWERKEN1100011BIJGEHOUDEN00EEN0000ALGORITME11100GECREËERD000OM111000JE110
100101GEDRAG11000TE111VOORSPELLEN111000111000ROZE000DILDO0001000101010101
010101010000TUINSET000PRULLENBAK000000001010100101111111100ALLE00001111ME
NSEN0101010110010111LEVEN00001000010101010011MET10100000EEN1110000SCHORPI
OEN0101010IN000HUN0000101010101HOOFD100010011JIJ000111000111BENT1110000EE
N000101011010111SCHOOLVOORBEELD000010100101010101010100000111100010100101
001000011000010101010001010101001011

Mag ik gaan liggen

0000WE100001010101LUISTEREN0000101101AL000JE0101001011GESPREKKEN00111AF00
111000111DE0000111WOORDEN11101010011011DIE100010101010JE1000111111HEBT111
000011111GEBRUIKT100100010101OPGESLAGEN1001010000000000110101010101010101
10IN000ONZE1111100000STAMMEN111100000011100010101001010101011111111WE0000
111WETEN000101010111WAT000111JE111DENKT1000101010100101001010101000000001
111000011100010101010101010101010100000101010110101010011
0111GEEN110000000011010100001011FOTO’S11111000MAKEN0000100100110100000STA
11000000OP1110101010101001011111VOLG1100000DEZELFDE1001010101010100WEG110
0000DIE111000100101JE1001010101GEKOMEN1010101010BENT11111111111

Willemijn Kranendonk (1994) schrijft proza en poëzie. Ze studeerde Creative Writing en schreef als afstudeerwerk een serie gedichten genaamd Spullen en lichamen. In 2017 stond ze in de finale van Write Now!, dit jaar werd ze derde bij de Turing Gedichten Wedstrijd. Ze publiceerde in Tirade en DW B, op De Optimist en Meander. Ze werkt momenteel aan haar debuutroman die zal verschijnen bij Uitgeverij Van Oorschot.