In de rubriek Poëziereeks plaatsen we meerdere gedichten van dezelfde dichter. 
Deze week: Anne Provoost.


Sint-Astvatsin in Haghartsin 

We waren hoger dan de kerk

Het duurde dagen voor we in Dilijan waren

We gingen voorbij het meteorologisch station

Ik was ziek toen we boven kwamen

Mijn eisprong viel uit om mijn krachten te sparen

We volgden het stijgen van de Kleine Beer

boven de kloof van sheikh Al-Qasimi

 

De ram werd gebraden

maar ik wilde niet eten

omdat zijn poten zo leken

op de grijze revers van mijn jas

 

en zijn kudde de grenslijn bewaakte

 

De bomen raakten met hun kroonschuwheid

elkaar met hun wortels, niet met hun bladeren

omdat ze zoals velen die dagen

bang waren voor contact

 

We waren in beeld moeten blijven

dan hadden we nu de bewijzen

 

Dan wisten we of wat we hadden gemaakt

porno was

of een reisje

 


Accolade 

 { Dit gedicht heeft geen plannen

      en is zo oud als de heuvels

het wil meer achterhalen dan 

      wat uw kat ervan vindt

het draait aan de staart

      in een hersenpunt

 

Als het misschien toch zoiets is

      als een betekenisvolle ontmoeting 

tussen twee ezelsoren 

      aan een vol en grijs schrift

wat is dan de spijt van de dichteres

      als het af is?

 

We drinken op onze afscheidslever

      en ik tag u niet

want twee zinnen veranderen 

      werkelijk alles

en uw dubbele aanhalingstekens

      zijn net zo goed als de mijne

 

Maar uw leestijd vandaag 

      is mijn volledige menselijkheid }

 

Over de dichter:
Anne Provoost schrijft romans, essay, korte verhalen  en sinds kort ook poëzie. Ze is lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Zij won met haar werk de Gouden Uil, de LIBRIS Woutertje Pieterseprijs, twee keer een Zilveren Griffel, twee keer de Gouden Zoen. Haar roman Vallen werd verfilmd. Voor In de zon kijken kreeg ze driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap, dat is de voormalige Staatsprijs voor Literatuur. Haar werk is in twintig talen vertaald.

In onze rubriek Poëziereeks plaatsen we meerdere gedichten van dezelfde dichter.
Deze week: Sytske Frederika van Koeveringe.

 

Zoekende verbinding

1.

Ik zit vast met mijn ring aan het kant van mijn onderbroek 

 

2.

Mijn elleboog blijft achter de deurkruk haken

3.

Ik zoek vier euro vijftig

 

4.

Sms een vriendin dat mijn muntgeld op is

 

5.

Haar man springt op de motor met zijn laatste drie euro veertig 

(in die tussentijd staar ik voor me uit) (vraag ik me af of je onderbroek zegt of slip)

 

6.

Na een tijdje verzamel ik de was en concludeer dat het vandaag geen wasdag is 

(neem overigens wel de drie euro veertig van de man van mijn vriendin aan)

 

7.

Het is nu wel erg lang twee uur

 

8.

Staar naar mijn opengeklapte laptop, naar het waaiertje

zoekend naar verbinding met mijn buurmeisje

Denk tegelijkertijd aan de aanstekelijke lach van mijn buurmeisje

 

9.

Tijdens het zetten van een koffie valt dat wat mijn lichaam aanraakt of dreigt aan te raken op de grond

(het vaatdoekje, een blik thee, een lepel, een deksel van een bakje, frustratie en een zucht)

10.

Op bed met koffie trek ik nog een (niet al te originele maar wel prangende) conclusie: dat het leven in principe door mag gaan als een tussentijd


11.

De witte muur vertelt me dat het vreemd is dat het denken aan de dood in al zijn facetten vaak als iets ernstigs wordt opgevat 

 

12.

Dood gaan we allemaal 

(zegt mijn witte muur)

 

13.

Beneden ligt een wasknijper, ik zoek naar de oorzaak 

 

14.

Ik heb niets nodig maar ga toch naar supermarkt

(het heet toch niet voor niets super markt)

 

15.

Onderweg bedenk ik me dat als ik zou uitschrijven dat het leven een tussentijd is, en dit op wat voor manier dan ook wordt gepubliceerd er sowieso een recensent is die hierover gaat zeiken 

 

16.

Ik loop voorbij twee vrouwen die een appel eten, langs muren waarop staat dat ik niets over recensenten mag schrijven

Ik zeg: maar wat als jezelf recensent bent 

(van je eigen werk?)

Zijn we niet allemaal recensent van ons eigen leven?

 

Verderop staat er op de muur dat ik me niets moet aantrekken van wat een eventuele recensent gaat schrijven; Je staat hier los van. 

Dát staat er: ‘Sytske, jij staat los van alles wat erover je tekst wordt geschreven of gezegd.’ 

 

18.

Ik zwaai met mijn tas heen en weer en in een zwaai zeg ik; Nou, dat weet ik nog net zo niet

In het luchtledige

 

19.

In een krantenkop van de daklozenkrant lees ik vluchtig dat ik op dit moment voorbij de kern van deze tekst loop

Ik bedank de verkoper en loop de supermarkt binnen 

(ik denk hier niet na, pure focus) 

 

20.

Thuis aangekomen donderen een blik bonen en een tros bananen uit mijn tas  

Alsof ook zij me willen duidelijk maken dat dit precies niks is

Zo’n dag waarin je niets gedaan krijgt en er dus ook niets uit handen komt behalve dan dat wat zwaartekracht heeft

 

 

Herstellende

Existentiële vragen in en omtrent-

Ik heb het idee al mijn dromen al te hebben nagejaagd-

Er is geen zicht op eventuele ruimte

Om over licht en keuzes nog maar te zwijgen

 

Ik zeg tegen mijn behandelend arts dat het leven

niets anders is dan boodschappen doen-

huishoudelijke klusjes en een

bepaalde verantwoordelijkheid dragen

deze daadwerkelijk op je te nemen dagelijks 

met je mee te tillen naast al die andere sores 

taken die je doet jegens de mensen om je heen 

 

ik zeg tegen haar: in principe sta ik op om de gordijnen te openen-

en ze tijdens de eerste schemering weer te sluiten



Ik Ander

Ik ontmoet Ander online

onschuldig via een online workshop

 

Ander mailt een kind 

Ik mailt geen kind terug, überhaupt?!

Ander vindt zolang Ik baren kan

tsja dan, tsja-

moet hier nog iets aan toegevoegd worden!? 

 

Ander typt in de nacht nog iets als; wees dankbaar

wees in godsnaam dankbaar dat je baren kunt

snap je niet dat het bijzonder is?

begrijp jij niet dat jij een wonder bent? 

Ik leest fronst spuugt stampt vindt iets pas bijzonder 

een wonder als het zeldzaam is 

zijn dat alle anderen die Ikken baren? 

 

Ander draait verdraait en draait tot de Ik Ander wordt 

zonder van gedaante te verwisselen

Ik voelt zich schuldig tegenover de virtuele Ander

 

wat valt er te zeggen over Ikken die wel willen

maar niet kunnen? en wat dan over Ikken die geen hebben 

maar wel commentaar uiten op anderen die wel hebben? 

nemen Ikken een mini Ik omwille van bevestiging die toch 

altijd van anderen komen? 

 

Ander is zonder dat Ik het doorhad een x-aantal stappen verder:

Ander mailt een afbeelding van drie mensen

een foto van Ik Ander en een combinatie van de twee 

in een Ander en of de Ik

 

Ik typt: dit is totaal absurd wat jij doet 

Ander typt dat Ik niet opvliegend gedrag mag vertonen 

dat iedere Ik; vrouw noch man een nageslacht wil 

Ik vraagt rust, wil geen contact meer; dit ontspoort volledig

 

Ander draait verdraait en draait tot Ik op alle social 

media de Ander moet blokkeren zodat de Ander 

de boodschap ook begrijpt

 

Sytske Frederika van Koeveringe (1988) is beeldend kunstenaar en schrijver. Afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld academie in 2014, richting Beeld & Taal. Ze spaart alles in de vorm van een vis en momenteel vervangt ze Marja Pruis in De Groene Amsterdammer en is ze ineens columnist. Dit najaar verschijnt haar essaybundel: Vrouw doet dit, dat –