Esha Guy Hadjadj (1994) schreef voor #28, ’n Brasa van talen, ‘Ghadina fi yaddina – onze morgen ligt in onze handen’. Zijn online feuilleton voor ons speelt in Frankrijk, waar een studente zich tussen de conservatieve betogers van de Manif pour tous en de feministische colleuses beweegt.

Feuilleton! Esha Guy Hadjadjs online feuilleton speelt in een gepolariseerd Frankrijk, waar een studente zich tussen de conservatieve betogers van de Manif pour tous en de feministische colleuses beweegt. Wat saboteert ze, tegen wie spant ze samen? Lees deel 1deel 2deel 3deel 4, deel 5, een deel 6, waarin Dorine haar plan uit de doeken doet aan haar vriendinnen – maar weer net anders dan ze Vincent vertelde.

*

ZIJ VERLAAT HEM HIJ VERMOORDT HAAR

Dat zal hem zijn, de leuze waaraan Vincent het gebouw kon herkennen. Vincent parkeert en stapt uit. Hij voert de code in bij de voordeur en gaat naar de vijfde verdieping. Ditmaal gelukkig wel een lift.
Constance doet de deur open en duwt hem een gin-tonic in de handen. Vincent loopt achter haar aan naar de salon. Delphines grootouders zitten de pandemie uit op het platteland en hebben haar de sleutels gegeven tot hun pied-à-terre in Parijs. De smalle gang staat vol met uitpuilende boekenkasten met dunne laagjes stof. De salon daarentegen is voor een groot deel leeggehaald. De grotere meubels zijn aan de kant geschoven, op de vloer liggen kruisjes plakband in verschillende kleuren om de meubels bij terugkomst op exact dezelfde plek terug te kunnen zetten. Uit de speakers schalt ‘Désanchantée’ van Mylène Farmer. Bij het raam aan het einde van de salon ziet Vincent zijn jeugdvrienden met ieder een gin-tonic in de hand.
– Vincent! Je komt op het juiste moment. Dorine was net een ongelooflijk verhaal aan het vertellen.
Vincent kust iedereen tweemaal op de wang en sipt van zijn drankje. Door het raam ziet hij de Eiffeltoren in haar glimmende avondjurk.
– Allez Dorine, wat waren we gebleven?
– Ja, umm…
– Ach, laat mij je anders snel bijpraten zegt Constance. Do kruipt helemaal uit haar schulp hier in Parijs. Ze plakt samen met vrienden al die leuzen door de stad – heb je ze niet gezien?
– Tuurlijk, ze zijn overal. Hier beneden alleen al.
– Ja, nou, die heeft zij dan gelukkig niet geplakt. Hoe dan ook, ze is nu allemaal acties aan het voorbereiden. Ze gebruikt zelfs obscure kanalen zodat ze niet wordt afgeluisterd. Gek hé? Maar daar gaat het nu niet om. Er ontspruit iets in haar. Ze heeft net aan één stuk doorgerateld over die activisten. Ze bloeit helemaal op zodra ze erover praat. Kijk dan naar haar, zie je het niet? Had je dat ooit verwacht?
– Nee, niet echt, antwoordt hij mat.
Dorine leunt nonchalant tegen de piano aan en hervat haar verhaal.
– Sommige dingen moeten strikt geheim blijven, zelfs de namen zijn verzonnen.
– Wat?! Dus je weet niet eens hoe ze heten? Maar je overtreedt wel de wet met ze?
– Kalm aan Constance, zegt Delphine, het is niet alsof ze aanslagen plegen. Het is gewoon een spannende hobby, zoals bungeejumpen. Veel adrenaline maar uiteindelijk onschuldig. Vind je ook niet Vincent?
– Het is echt niet zo veilig hoor Delphine, onderbreekt Dorine. Ik ken veel mensen die al vaak in voorarrest zijn geplaatst, en als ze weten wie je bent krijg je sowieso een strafblad.
– Ah ja? Nou dan zullen jij en Vincent straks nóg meer gemeen hebben.
Delphine gaat op de verwarming onder het raam zitten en kijkt schalks naar Vincent. Vincent zucht, legt zijn beker op de piano en haalt zijn tabak tevoorschijn.
– Ik zie dat jij in ieder geval weinig bent veranderd, Delphine.
Hij vist een plukje uit zijn zak en verdeelt het op het draaipapier.
Qui aime bien châtie bien.
– Misschien is dat het wel hé, zegt Constance, liefde en straf. Dorine vind het prima om de politie op haar hielen te hebben zolang ze maar hand in hand kan wegrennen met haar liefje. Zit er iets moois tussen die rebellen, Dorine?
Vincent strijkt met zijn tong langs het vloeipapier en laat zijn shagje bijna uit zijn vingertoppen ontsnappen door het gegil van Constance en Delphine. Dorine bloost.
– Mijn maatje is wel knap, zegt ze uiteindelijk.
– Wat!?
Constance pakt Dorines polsen vast en schudt ze met iedere vraag heen en weer.
– Hoe lang zijn jullie al samen? Hoe heet ze? Kom op Do, vertel!
– Ze heet Asma.
– Weet je dat zeker? vraagt Delphine. Misschien is dat ook wel een pseudoniem.
– Natuurlijk weet ik het zeker!
Ze rukt haar polsen los van Constance en kijkt woedend naar Delphine.
– Goh, verzucht Constance, je bent echt allerlei nieuwe werelden aan het ontdekken.

Vincent zit onderuitgezakt tegen de koelkast aan op de betegelde vloer van de keuken, tegen de koelkast aan. Het peertje schijnt fel en blauw, waarschijnlijk een miskoop die niet de moeite waard was om terug te brengen naar de winkel. Het maakt van de keuken de minst gezellige ruimte van het hele feestje, dus hier kan hij in ieder geval even ontsnappen. Uit de salon hoort hij tussen de stemmen door iemands dronken gepingel op de piano. De vingers zwalpen te veel over de noten voor het fijngevoelige stuk. Niemand lijkt onder de indruk.
Waar heeft Do het over, denkt hij. Dat vertelde ze niet toen hij bij haar lunchte deze week. Hij neemt een slok en staart voor zich uit. Deze shit slaat nergens meer op. Hoe kon hij zo stom zijn om te geloven dat ze in een soort geheim genootschap zit dat constant door de politie wordt afgeluisterd. Alsof die daar tijd voor hebben! Maar waarom liegt ze opeens tegen haar vrienden? Hij kan haar ook niet confronteren met haar leugens – dan komt ze nooit meer opdagen. En stel dat ze wel de waarheid spreekt? Beter dat hij dicht in de buurt blijft.
– Daar ben je dus! Geen zin meer in gin-to’s?
Dorine komt de keuken binnen en gaat op het aanrecht zitten.
– Ik wil helpen Do.
– Hoe bedoel je?
– Met je actie.
– Dat kan niet.
Het lukt Vincent ternauwernood om op twee benen te gaan staan. Hij loopt naar het aanrecht en leunt ertegenaan. Die fakking cocktails. Hij voelt de spanning in zijn maag, alsof hij bijna bovenaan de heuvel van een achtbaan aanbeland is en de wagens steeds langzamer tegen de rails hoort klikken. Ook van achtbanen moest hij vroeger vaak kotsen. Do draait zich naar hem toe, vouwt haar benen in kleermakerszit en legt haar hand op zijn schouder.
– Gaat-ie? vraagt ze.
– Hoezo niet?
– Laat het. We zijn al te ver in de voorbereidingen. En trouwens, mannen kunnen niet mee doen.
– Ik kan sowieso helpen. Ik kan dingen doen die jullie niet kunnen.
– Alsjeblieft zeg, wat dan?
– Inbreken.
– Wat? Sinds wanneer?
– Laatst geleerd. Het is eigenlijk heel makkelijk.
– We gaan geen fakking inbraak plegen Vincent, dat weet je best. Volgens mij moet jij wat water drinken.

Feuilleton! Esha Guy Hadjadj (1994) schreef voor #28, ’n Brasa van talen, ‘Ghadina fi yaddina – onze morgen ligt in onze handen’. Zijn online feuilleton voor ons speelt in Frankrijk, waar een studente zich tussen de conservatieve betogers van de Manif pour tous en de feministische colleuses beweegt. Wat saboteert ze, tegen wie spant ze samen? Lees deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, en deel 5, waarin Dorine haar plan uit de doeken doet in een verhaal dat uitdijt tot een zonsverduistering die een schaduw over heel Frankrijk werpt.

*

Buiten adem komt hij aan op de laatste verdieping, waar één deur op een kiertje staat. Hij duwt hem langzaam open en gluurt naar binnen. Dorine trekt hem in één ruk open.
– Mijn God, ik schrok me rot, hijgt Vincent, geeft haar twee kussen op de wang en gaat snel zitten op de bureaustoel vlak bij het raam.
– Je bent anders precies op tijd! Het eten is zo goed als klaar.
– Oei, dan moet ik opschieten.
Vincent haalt een sigarendoosje uit zijn borstzakje en haalt zijn pijpje en wiet eruit. Dorine giet de pasta af door een bord ondersteboven met een theedoek op de pot te klemmen en langzaam het water eruit te laten lopen. Daarna kwakt ze een paar lepels pesto en een handvol strooikaas erop. Ze roert met dezelfde lepel, terwijl ze het geluid van Vincents aansteker hoort. Ze schept op door de pan boven de borden te keren. Met haar bord gaat ze op bed zitten, vlak naast haar bureau. Vincents bord legt ze op de hoek van het bureau, terwijl hij heen en weer draait op haar bureaustoel.
– Heb je je mobiel bij je Vincent? Ik moet je wat vertellen!
Vincent concentreert zich op het geluid van een zweefvlieg. Waarom moet het raam hier altijd openstaan? Hij wuift met zijn hand in de richting van het geluid.
– Vincent luister nou even!
De zoete rookgeur verdwijnt langzaamaan weer uit de kamer.
– Hm?
– Geef even je telefoon.
Vincent haalt zijn telefoon uit zijn broekzak en geeft hem aan. Dorine pakt ook de hare, en zet ze allebei uit.
– Waarom doe je dat nou weer?
– Dat moet, je kunt niet voorzichtig genoeg zijn. De politie luistert af.
Waar de fak is zij nu weer met haar hoofd, denkt Vincent. Is ze zelf begonnen met blowen?
– De politie?
– Ja! Er is zoveel gebeurd. Waar was je überhaupt al die maanden?
– Dat weet je best. Mijn werf was helemaal in het Zuiden van Parijs en deze stad is echt teringgroot. Na werk wil ik gewoon chillen en niet van file naar file flipperen.
– Ben je de hele zomer aan het werk?
– Er zit niets anders op. Maar het is niet zo erg hoor. Kijk, nu kan ik vaak bij jou langs voor de lunch!
Vincent schuift het bord naar zich toe en neemt een theatraal grote hap.
– Ik moet me toch geen zorgen om je maken, hé? Zegt hij met zijn mond vol. Sinds wanneer kom jij in aanraking met de politie?
– Je moet eerst beloven dat je het aan niemand doorvertelt, zeker niet thuis.
Vincent kijkt haar aan en voelt de deegprop door zijn keel zakken als een reiger die een vis achterover kiepert. Dorine zit rechtop, een beetje voorovergebogen, en eet amper. Wanneer de prop in Vincents maag land, legt hij zijn hand op haar knie.
– Gaat alles wel goed met je?
– Beloof je het nou of niet?
– Wat? Ja… ja… ik kom toch bijna nooit meer thuis. Kom op Do, stop met zo vervelend te doen.
– Ik heb echt het vetste plan bedacht om bij mijn ouders uit de kast te komen.
– Huh? Maar je zei toch…
– Ik had je toch verteld dat ik met de colleuses werk nu? Ik heb ze voorgesteld om met z’n alle de Manif te infiltreren dit jaar als Mariannes. Op de bus hebben we een teken afgesproken waarop we elkaar allemaal gaan zoenen met rook en spandoeken en alles wat je maar kan bedenken!
Vincent voelt zijn hart tegen zijn ribbenkast bonken. Hij laat zijn bord kletteren op het bureau
– Jezus Do, is er een steekje bij je losgeschoten? Waarom de fak haal je dat in je hoofd? De Manif zal je zo goed in elkaar timmeren dat je pa je zal aanzien voor een van die kutkasten van hem.
Dorine begint rood aangelopen haar keuze te verdedigen. Lange haperende zinnen komen als morsecode bij Vincent aan, en hij moet zich goed concentreren om niet de draad van Do’s verhaal kwijt te raken. Het gaat niet alleen om haar, maar om alle LHBT-ers zoals zij, om een signaal af te geven dat ZE niet hun kinderen beschermen met die giftige lezing van de Bijbel, dat de generatie na haar zoiets niet meer hoeft te doen. Haar verhaal dijt uit tot het een maan wordt die voor de zon schuift, en daarmee een schaduw over heel Frankrijk werpt. Vincent raakt er duizelig van. Wie is deze Dorine die haar tanden stukbijt op zulke grote verhalen? Die zo verbeten is dat ze zichzelf moedwillig in gevaar brengt? Ze weet wie er in die stoet zullen lopen: broers en neven van haar, vrienden van hem, allemaal figuren die je liever niet tegenover je hebt.
– Je zei toch altijd dat je ouders het niet hoefden te weten? Waarom nu opeens wel? En waarom op zo’n theatrale manier? Je zei dat je onze jeugd achter je had gelaten en dat je op wilde gaan in Parijs. Ik snap er niks van, Do. Zo ben jij toch helemaal niet?
– Ik heb er genoeg van dat jullie allemaal denken te weten wie ik ben. Laat me gewoon mezelf zijn. En ik zei net al dat het hier niet alleen om mij gaat, oké? Denk aan al die kinderen die net als wij ieder jaar in die demonstratie meeliepen. Hoeveel van hen lopen met hetzelfde geheim rond? Het moet een keertje afgelopen zijn. Als je dat niet kan begrijpen hoef je hier niet meer langs te komen.
– Ik begrijp het wel, ik begrijp het wel… Natuurlijk sta ik achter je. Hij kijkt naar de veters van zijn schoenen, die ieder zigzaggend bij elkaar komen in een slordige knoop. Zo waren hij en Do toch ook? Niet aan elkaar verknocht, maar hun paden kruisten altijd.
– Maar ik ben ook gewoon bezorgd. Ik heb geen reserve-Do als het mis gaat.

Feuilleton! Esha Guy Hadjadj (1994) schreef voor #28, ’n Brasa van talen, ‘Ghadina fi yaddina – onze morgen ligt in onze handen’. Zijn online feuilleton voor ons speelt in Frankrijk, waar een studente zich tussen de conservatieve betogers van de Manif pour tous en de feministische colleuses beweegt. Wat saboteert ze, tegen wie spant ze samen? Lees deel 1, deel 2, deel 3, en deel 4, waarin we Vincent ontmoeten, en Dorine vertelt hoe ze twintig vrijwilligers voor de Manif heeft opgetrommeld.

*

Vincent stelt zich voor hoe klei uit verschillende rivierbedden en zand uit een afgelegen kuststrook samenstromen in een kolkende bak water, tot gruis uitdrogen in een hittetoren, samen worden geperst onder een enorme machine, om vervolgens in een oven van duizend graden de wandtegel te worden waarover hij nu met liniaal en marker een lijn probeert te trekken.
Schichtig bespiedt hij vanonder de rand van zijn helm de voorbijgangers in de straat. Nu de mensen weer overdag naar buiten kunnen voelt hij hun ogen op zijn rug branden. Tijdens de eerste lockdown was er helemaal niemand, zelfs de manager van de winkel die hij renoveerde zat veilig thuis achter zijn computerscherm. Het waren de ideale omstandigheden om te beginnen in de bouw: de lente walste over een godvergeten Parijs, er was niemand om tegen hem te schreeuwen als hij weer eens een tegel liet vallen, en door de onstilbare bouwlust in de hoofdstad maakte het niet eens uit of hij iets fout deed. Parijs zou toch wel blijven groeien, en het bedrijf hoefde nooit bang te zijn dat slecht werk zou leiden tot minder werk. Tijdens de lunch draaide hij zonder na te denken een jointje op de werf. Zijn baas Ameziane bietste vaak een hijsje. Hij liet dan de rook uit zijn mond glijden terwijl hij naar de wolken keek. Goddank de lockdown.
Vincent schudt de marker heen en weer maar het mag niet baten, de punt is uitgedroogd. Het zoveelste slachtoffer van deze augustuszon. In de winkel zullen ze vast wel iets hebben dat hij kan gebruiken. Hij gooit de marker op de grond en loopt naar de voordeur. Op slot. Hij tuurt naar binnen. Zalfjes, lotions en ander spul in de schappen, maar verder niks. Misschien achter de kassa. Hij duwt en trekt de voordeur heen en weer, eerst zachtjes, daarna steeds harder.
– Waar ben je nou mee bezig man?
Vincent draait zich om. Het is Ameziane.
– Hey chef, ik zocht een marker om de wandtegels te snijden.
Ameziane loop op Vincent af en laat zijn hand op Vincents schouder vallen.
– Kijk, zie je daarboven waar de deur aan de magneet hecht? Als de deur een paar seconden het contact verliest met die magneet gaat het alarm af. Hier.
Zijn baas haalt iets rechthoekigs uit zijn broekzak. Vervolgens bodycheckt hij de deur en plaatst het voorwerp meteen op de magneet.
– Nu weet ’ie niet dat de deur open is en kun je gewoon naar binnen. Niet vergeten de magneet weer weg te halen als je klaar bent, oké? En dan snel de deur dicht!

De zon spat in duizend scherven uiteen in Dorines wijnglas. Ze zit in de voortuin samen met haar ouders en Celeste, een van de organisatoren van de Manif. Een paar vliegen cirkelen om de druiven en dadels op tafel en blijven uit de buurt van de bleu d’auvergne en de morbier. Het schooljaar is eindelijk voorbij, dus is ze op aandringen van haar ouders voor een weekje terug.
– Nou, ik ben blij dat ik jullie hier zo met zijn drieën mag treffen, concludeert Celeste. En dan te bedenken dat ik toevallig voorbij liep! Jullie dochter heeft mij al enorm geholpen met de voorbereidingen, heeft ze dat al verteld?
Papa’s ogen schitteren; mam trekt haar wenkbrauwen op. Dorine brengt haar chardonnay naar haar mond en neemt extra langzaam een slok om niets te hoeven zeggen.
– Ze moet al veel vrienden hebben gemaakt, gaat Celeste verder. Om zo snel twintig vrijwilligers voor ons op te trommelen. Je hebt niet stilgezeten, hè?
Celeste knipoogt half-oprecht half-spottend naar Dorine en heft haar glas. Haar kraaienpootjes hebben iets geruststellends. De vele ringen en armbanden doen Dorine denken aan Asma’s septumpiercing. Ze is de enige bij wie Dorine hem goed vindt staan. Pap buigt naar voren om een stuk bleu af te snijden.
– Ik dacht het al, ze lijkt op haar vader!
– Ach, laten we het niet groter maken dan het is. Ik heb alleen maar wat rondgevraagd op de universiteit. Ik ken ze niet supergoed ofzo. Ik denk dat de meesten het gewoon spannend vinden om te doen.
– Maar het getuigt van daadkracht!
– En verantwoordelijkheidsgevoel natuurlijk, voegt Celeste toe. Je kunt niet zomaar mensen van straat plukken hiervoor. In Parijs zien mensen de beweging het liefst in elkaar zakken. We moeten ook van ze op aan kunnen, nietwaar Dorine?
– Natuurlijk, ze zijn wel te vertrouwen hoor. Na dit jaar staat iedereen te springen om weer iets te doen, naar buiten gaan en mensen zien. Misschien was het daarom zo makkelijk.
– Altijd zo bescheiden, zegt mam. Je mag best trots zijn hoor.

Eindelijk voegt de grote wijzer zich bij de kleine, vlak onder de twaalf. Vincent legt zijn helm en oranje hesje op het aanrecht in de bouwkeet.
– Salut chef, ik ga wat te eten scoren, zegt hij tegen Ameziane die amper opkijkt van zijn laptop. Hij doet altijd alsof hij met ‘de administratie’ bezig is, maar hij speelt waarschijnlijk de hele dag online poker.
Maakt niet uit. Vincent verlaat de werf en wurmt zich door de mensenmassa. In dit deel van Parijs zijn de straten nog smal, en ruiken ze naar okselzweet en maïskolven. Aan het einde haalt Vincent zijn telefoon uit zijn zak en toetst hij de code op zijn scherm in op het apparaat naast de deur. Het slot klikt open. Vincent loopt door de tussengang en ziet zichzelf oneindig vermenigvuldigd in de spiegels aan beide kanten van de muur. Op de marmeren vloer kronkelen groene lijnen. Maar zodra hij de tweede deur doorgaat is de gang weer donker en smal. Niet eens een lift. Vincent zucht en sjokt de trappen op.

Beeld CC BY-ND 2.0 Avoidpaper

Feuilleton! Esha Guy Hadjadj (1994) schreef voor #28, ’n Brasa van talen, ‘Ghadina fi yaddina – onze morgen ligt in onze handen’. Zijn online feuilleton voor ons speelt in Frankrijk, waar een studente zich tussen de conservatieve betogers van de Manif pour tous en de feministische colleuses beweegt. Lees deel 1, deel 2, en deel 3, waarin Dorines plan wordt uitgewerkt – en ze moet kiezen.

*

– Anders blazen we gewoon die bus op! roept iemand vanuit de tribunes. Sabrine fronst haar wenkbrauwen terwijl de rest van de zaal lauwtjes reageert op het voorstel. Ze geeft het woord aan een studente die met haar hand omhoog Sabrine strak aankeek.
– Als we hier het meeste uit willen halen moeten we een actie bedenken die mediageniek is. Alles binnen een straal van een kilometer gaat toch afgesloten worden door les keufs dus als we geen foto’s of film hebben zal niemand er vanaf weten.
Dorine ziet de handen in de zaal weer opstuiven. Ze staat nog altijd naast Sabrine, aan de grond genageld in het midden van de kuil. Wat weet zij nou van actievoeren?
Dorine laat haar blik dwalen door de ruimte en landen op het kladblok waar Asma over gebogen zit. Ze stelt zich voor dat Asma haar meeneemt naar de volgende plakacties. Dat ze samen achteraf bij Asma thuis iets gaan drinken en fantaseren over een betere wereld. Asma zou haar de ongeschreven regels van de colleuses uitleggen en misschien wel een paar roddels. Vroeg in de ochtend zou Dorine opstaan om de avondklok te trotseren, en Asma zou haar een afscheidskus geven die Dorine de rest van de terugreis probeert te herinneren.
Plotseling draaien alle hoofden, behalve die van Asma, naar de stem die rechts uit de zaal komt. Dus zo ziet Djuna eruit. Dorine had haar een paar dagen geleden via Signal gesproken. Djuna stuurde haar een bericht vlak nadat Dorine in de Facebookgroep had gepost dat de Manif pour Tous vrijwilligers zochten. Ze belden een kwartiertje, waarin Djuna op een zakelijke toon naar alle details vroeg. Tegen het einde werd haar stem zangerig, en uiteindelijk hing Dorine op met het idee dat ze bevriend waren geraakt. Dorine had zich een kettingroker bij haar voorgesteld, met cargobroek en bandana, maar je zou haar twintig keer op straat kunnen passeren zonder haar aanwezigheid ooit op te merken.
– Het lijkt me inderdaad belangrijk dat we een mediagenieke actie doen die tegelijkertijd radicaal is. Ik stel voor dat we als Mariannes op de bovenkant van de bus paraderen, een tijdje zwaaien naar de meute en voorbijgangers, en als iemand het sein geeft, droppen we het spandoek, steken we de rookbommen aan en in de lucht zoals Marianne de vlag van Frankrijk, en dan zoenen we elkaar pal voor de hele Manif!
Een woud aan wapperende handen schiet de lucht in. Zelfs Asma wuift met een hand terwijl haar elleboog nog leunt op haar kladblok.
– Het ziet er naar uit dat we langzamerhand naar een beslissing toe bewegen, zegt Sabrine. De meeste mensen lijken geïnteresseerd in Djuna’s voorstel. Hebben mensen nog toevoegingen of twijfels? Camille.
– Dit kan wel werken, maar hoe krijgen we onze fotografen dan binnen?
– Elisa.
– Laten we dan ook een borst vrij?
– Jo.
– Kunnen we alvast kijken wie deze actie zou willen doen? Leuk en aardig dat iedereen dit een goed idee vindt, maar uiteindelijk voeren maar dertig mensen de actie uit. Die mensen moeten ook kunnen doorgaan voor fascisten en zich misschien comfortabel voelen met naakt, plus ze kunnen vlak daarna op flink wat geweld rekenen, dus dit is niet voor iedereen weggelegd.
Dorine houdt haar klamme handen achter haar rug en wrijft met haar duim over haar pols.
– Farah.
– Fotografen binnenkrijgen zou niet zo moeilijk moeten zijn toch? Gewoon pers hesjes kopen, die kosten maar een euro of zo.
– Sara.
– Wat na de foto? We moeten ook nadenken over een exitplan.
– Salomé.
– Misschien kunnen we de bus gebruiken om weg te komen?
Ze hoeft niet mee te doen, denkt Dorine. Zij moet in principe alleen de vrijwilligers regelen. Ze heeft nooit tegen Celeste gezegd dat zij zelf ook mee zal doen. Net als haar ouders die tijdens de Manif verdwijnen in de achterhoede. Ze hoeft er niet eens bij te zijn op de actiedag. Ze kan de hele dag onder de dekens doorbrengen met haar telefoon op vliegtuigmodus als ze wil.
– Ik denk niet dat we nu al een hele exitstrategie kunnen bedenken met zijn allen, zegt Sabrine. Laten we ons voor nu beperken tot het plan, en de vrijwilligers. Het voorstel is als volgt: We infiltreren de Manif pour tous als Mariannes en stagen een zoenmoment met rookbommen en een grote banner voor film en foto. Naakt is niet verplicht, en slogans en een vluchtplan bedenken we later. Eén hand omhoog als je voor bent.
Voor zover Dorine ziet steekt iedereen haar hand omhoog. Ook Asma.
– Dorine, ben jij ook voor? Anders kan het natuurlijk niet doorgaan.
– Ah, natuurlijk! Ze steekt snel haar hand omhoog.
– Mooi. Dan nu de vrijwilligers. Steek je hand omhoog als je als Marianne verkleed wil op de Manif pour tous.
Deze keer reageren de tribunes minder resoluut. Een vijftal steekt zonder aarzelen haar hand in de lucht, waaronder Djuna en Asma, daarna volgen nog een tiental handen, vaak gepaard, nadat mensen hun buur of vaste maatje even hebben aangekeken. Dorine probeert vanuit haar ooghoek een blik te werpen op Asma, die haar iets lijkt toe te fluisteren.
– Zijn er nog meer mensen die willen deelnemen aan deze actie? Sabrine speurt om zich heen.
Hier en daar spruit er nog een hand uit de tribune omhoog. Dorine denkt aan de demonstratie die ze als kind kon zien vanaf de schouders van haar vader, de toespraken waar haar ouders instemmend naar luisterden. Toespraken over het belang van een moeder én een vader voor een kind. Het gejuich van de menigte. Ze voelt haar hand langzaam naar boven gaan. Asma glimlacht.
– Weet je het zeker? De stem komt van rechts. Djuna kijkt haar bezorgd aan: “Jij bent misschien wel de belangrijkste schakel in dit plan, dus je moet geen dingen doen waar je niet achterstaat.”
Dorine vouwt haar handen over elkaar om een zweetvlek bij haar oksel te verbergen. Ze knikt.

Afbeelding: Manif 8 mars 2020 à Paris. Journée internationale des droits des femmes. CC BY 2.0 Jeanne Menjoulet

Feuilleton! Esha Guy Hadjadj (1994) schreef voor #28, ’n Brasa van talen, ‘Ghadina fi yaddina – onze morgen ligt in onze handen’. Zijn online feuilleton voor ons speelt in Frankrijk, waar een studente zich tussen de conservatieve betogers van de Manif pour tous en de feministische colleuses beweegt. Lees deel 1 en deel 2, waarin Asma Dorine ziet, voor de tweede keer.

*

Dorine loopt vanuit een stille zijstraat het gebouw binnen. Aan de buitenkant plakten posters aan de ramen, die haar de indruk gaven dat het gebouw in handen moest zijn van een progressieve groep christenen. Op eentje zag ze volwassenen van alle afkomsten in een kring elkaars hand vasthouden, terwijl boven in de sterrenhemel in een zwierig handschrift ‘Samen naar een betere wereld’ geschreven staat. Misschien dat ze hun ruimte voor een lage prijs verhuren aan andere wereldverbeteraars.
In de zaal ziet Dorine geen kring maar verschillende eilandjes activisten. Het geheel heeft iets weg van de danskuilen langs de Seine, voordat de man met de speakers is aangekomen: iedereen hangt met hun vrienden op de trappen aan de rand van de zaal die samen een soort kom vormen, waarvan de bodem in het midden onaangeraakt blijft. Dorine steekt de danskuil over wanneer achter haar een stem dondert:
– Welkom allemaal bij deze spoedvergadering. Wij zijn erg blij dat jullie er allemaal  zijn. Ik heb eerst een paar huishoudelijke mededelingen, maar daarna zal ik jullie uitleggen wie wij zijn, wat we precies vanavond gaan bespreken en wat het doel van deze vergadering is.
– Oh God, steek me neer, denkt Asma. Ze gaan alweer twintig minuten van hun tijd verdoen door te vertellen waar de wc’s zijn en waarom ze genderneutraal zijn. Denken ze dat de rest daar echt iedere keer naar wil luisteren? Ze weten het zelf heus wel. Als Asma nu naar buiten loopt om te roken is zij weer de boeman. Ze had gewoon thuis moeten blijven. Wie zíjn de nieuwkomers voor wie ze dit allemaal moeten uitleggen? Het moest toch een besloten vergadering zijn? Ze zitten hier nota bene na de avondklok voor een geheime actie.
Asma stopt één oortje in haar oor en zet haar muziek aan. Hetzelfde nummer op repeat, al een week lang. Het is traag en constant zoals het geluid van een wasmachine. Ze stopt haar gedachtes erin en laat ze ronddraaien tot ze zacht worden.

Le ciel est noir, mon ami
Mais j’y vois clair, et la pluie

Uit haar tas pakt ze een stift en een kladblok. In dikke rode strepen probeert ze zinnen uit waarvan de beste later die week op de muren van Parijs zullen staan, iedere afzonderlijke letter afgedrukt op één A4’tje: met een stapeltje papieren en een emmer lijm smeren de colleuses hun woede op de straten van Parijs.
– Goed, jullie weten allemaal ongeveer waarom we hier zijn vanavond. De homofobe en misogyne manif pour tous organiseert ondanks de pandemie een demonstratie tegen het homohuwelijk. De activisten die al wat langer meedraaien weten dat we al vaker hebben gekeken of we een tegenactie konden organiseren om die rechtse klootzakken te laten weten dat ze niet meer thuishoren in deze eeuw, maar helaas: het is ons nooit gelukt. De manif pour tous maakt haar route nooit bekend, en wordt altijd begeleid door hun goede vrienden van de politie. Maar dit keer ligt er een gouden kans voor ons om de manif van binnenuit te saboteren. We hebben namelijk voor het eerst direct toegang tot hun organisatie. Dorine, wil je hier komen om je plan te vertellen?
Langzaam staat Dorine op. Ze gebaart nog met haar handen of ze vanuit haar plek de zaal mag  toespreken, maar loopt na een paar seconden toch naar het midden van de zaal, aangemoedigd door het applaus en de minzame glimlach van de facilitator.
Net genoeg commotie voor Asma om op te kijken van haar kladblok vol halve verwensingen. Tot haar verbazing ziet ze dat dyslectische meisje naar voren lopen. Tenminste, zo herinnerde Asma haar. Tijdens de vorige plakactie – het moest haar eerste zijn geweest – had Dorine gewoon een letter overgeslagen. Pas nadat ze allemaal klaar waren en een stap naar achter zetten, zagen ze dat Dorine niet viol, ‘verkrachting’, had geschreven, maar vol, ‘diefstal’:

IN FRANKRIJK VRAAGT DE POLITIE AAN SLACHTOFFERS VAN DIEFSTAL OF ZE ZIJN KLAARGEKOMEN

Ze beweerde dat ze afgeleid was door Deby, die onophoudelijk vragen aan haar bleef stellen, maar dat kon de rest weinig schelen. Eerlijk, Asma geloofde het nog wel. Maar er zijn weinig excuses voor het verkeerd spellen van zo’n klein woord. Iedereen was er helemaal klaar mee. Dat ze haar gezicht nog durft te laten zien… Het leek die nacht alsof ze op straat in huilen had kunnen uitbarsten.

Der Regen wäscht uns von allen Sünden

Dorines eerste zinnen zijn onverstaanbaar. Pas wanneer mensen op de achterste rij met hun handen gebaren dat ze luider moet spreken, bereiken haar woorden Asma’s vrije oor:
– Goed, ik ken dus veel mensen van de manif pour tous – via mijn ouders, die zitten er ook bij. Ze willen dat ik dit jaar meehelp met organiseren omdat ze de demonstratie in Parijs willen houden. Een van de organisatoren vroeg me of ik niet vrijwilligers kende om zich te verkleden als Mariannes.
‘Wat is een Marianne?’ vraagt iemand met een Engels accent. Iemand in de buurt antwoordt gelijk:
– Dat is die vrouw met d’r blote borst die bovenop de sokkel van République staat, weet je wel. Zo met de Franse vlag in d’r hand.
Asma kan een kleine grinnik niet onderdrukken wanneer ze de koude blik van de facilitator naar de twee meiden ziet. Asma weet dat Sabrine maar één ding irritanter vindt dan mensen die ongevraagd het woord nemen in een vergadering, en dat is als die mensen haar de kans ontnemen om de zaken helder en haarfijn uit te leggen aan iedereen. Volgens haar is de beste facilitator er een die volledig dienstbaar is. Het is zo makkelijk om je macht te misbruiken als gespreksleider, dat het je plicht is om jezelf zoveel mogelijk weg te cijferen. Het heeft veel weg van een orkest dirigeren: als je het heel goed kan, lijkt het alsof je daar voor niks met je handen staat te wapperen. Met haar luide stem kapt ze de twee meiden meteen af.
– Inderdaad. Voor de mensen die het niet weten: Marianne staat symbool voor het Franse volk. Laten we nu weer  luisteren naar Dorine en wachten met spreken totdat je het woord krijgt.
– Nou, dat was het denk ik. Ik dacht dat jullie daar misschien iets mee konden doen, met al jullie ervaring. We kunnen ons met z’n allen als Mariannes verkleden. Ze willen blijkbaar een bus aan de kop van de mars laten rijden met op het dak de Mariannes.
Dorine richt zich tot Sabrine. ‘Moet ik nog iets zeggen?’ fluistert ze. Het rumoer zwelt aan.
Sabrine doet een stap naar voren en richt zich tot het publiek als een vogelverschrikker. Dorine schuifelt automatisch half achter haar:  een poging om zich te beschermen tegen de priemende ogen van de  vele zwartgeklede activisten die als kraaien op de trappen hangen.
– Dorine stelde ons voor om met ongeveer dertig wildplakkers de manif te infiltreren, die over exact twee maanden zal plaatsvinden. Vandaar onze oproep om vanavond mogelijke actieplannen te bespreken.
Asma’s mond valt er van open: dat dyslectische meisje heeft dit plan voorgesteld? Maar ze is nog zo nat achter haar oren! Kijk haar nou, ze durft niet eens iemand aan te kijken. Ze staart maar naar die non-descripte plek op de trappen en bidt dat Sabrine haar niet weer het woord geeft. En dat wil deze bende de manif pour tous binnensmokkelen? Misschien is ze dan toch niet zo’n open boek als Asma dacht. Ja, ze kijkt niemand aan, maar er spreekt wel iets verbetens uit dat staren.

La  vie est flammes mon amour

– Laten we allereerst kijken of er genoeg belangstelling is voor dit plan. We gooien nu de vergadering open voor voorstellen. Steek je hand op als je een idee hebt. Eerst Deby, dan Kianuë, dan Djuna.
– Weten we al wat de route is? Want we hebben dit echt al vaker geprobeerd en iedere keer blijkt dan dat–
– Dankjewel Deby voor deze belangrijke vraag. De route weten we nog niet, maar als we zelf deel uitmaken van de demonstratie zullen we  er ongetwijfeld snel achter komen. Kianuë.
– We kunnen een banner drop doen aan de achterkant van de bus. Misschien met een leuze over abortus of het homohuwelijk ofzo.
Een aantal handen in de zaal wapperen in de lucht om hun instemming te tonen.
– Djuna?
– Dus we willen een soort Trojaans paard doen? Maar wat als we dan op die bus staan: een spandoek naar binnensmokkelen en die op de achterkant van de bus uitrollen? Al die moeite voor een lullige poster? Kunnen we niet iets radicalers bedenken?
Vele handen stijgen op in de zaal, terwijl Asma haar kladblok weer op haar schoot legt en begint te schrijven. Ze vindt deze vergaderingen maar een farce. Djuna krijgt uiteindelijk altijd haar zin, en het heeft geen zin om zich daar nog over op te winden. Democratisch m’n reet. Het zou Asma niets verbazen als Djuna al met Sabrine heeft overlegd hoe ze deze vergadering zo konden leiden dat de gewenste uitkomst er vanzelfsprekend uit zou komen rollen als een blikje frisdrank uit de automaat. Vandaag  zit Djuna weer zo veel mogelijk aan de zijkant, zodat bijna iedereen haar reactie op iedere opmerking kan zien. Ieder teken van instemming, van concentratie of desinteresse moet af te lezen zijn.

VERVOLGING VOOR AANRANDING ONTLOPEN? WORD AGENT!

Asma voelt een blik op haar branden. Ze kijkt op. Haar ogen ontmoeten die van Dorine, die onmiddellijk weer een denkbeeldige vlek opzoekt op de trappen. Een kleine schok racet door Asma’s lijf: het gevoel betrapt te zijn, terwijl er niks te verbergen is.

Der Wind bläst, um uns daran zu erinnern
Dass wir uns lieben

Ze trekt haar oortje uit. De wasmachine stopt abrupt met draaien en Asma’s gedachten tuimelen over elkaar heen. Als ze weer opkijkt, ziet ze Dorine kort terugkijken. Weer die schok. ‘Kom op, je bent toch geen kind meer?‘ denkt ze, terwijl ze op haar kladblok ogen begint te tekenen. Ieder oog omringt ze langzamerhand met wimpers, vingers, een palm – precies zoals het kettinkje om haar nek. Khamsa’s vullen de ruimtes tussen de leuzen op.

Een nieuw feuilleton! Esha Guy Hadjadj (1994) schreef voor #28, ’n Brasa van talen, ‘Ghadina fi yaddina – onze morgen ligt in onze handen’. Zijn online feuilleton voor ons speelt in Frankrijk, waar een studente zich tussen de conservatieve betogers van de Manif pour tous en de feministische colleuses beweegt. Lees deel 1!

*

De metrodeuren zuchten open. Een groepje jongeren stapt stilzwijgend binnen. Hun huid is amper zichtbaar door hun jassen, petten, maskers en neerwaartse blikken. Alleen een enkele scheur in een spijkerbroek verraadt een schaafwond op een knie.
De wagon is bijna leeg. Hier en daar dommelt een oudere man op een uitvouwbare stoel, swipet iemand leunend tegen het raam op z’n telefoon.
Een aantal maanden geleden had Dorine haar tas nu strak tegen zich aan gehouden. Ze koesterde papa’s waarschuwingen, ‘wees altijd op je hoede in de metro’. Maar sinds ze hier meer dan een halfjaar woont, vermoedt ze dat dat niet voortkomt uit levenservaring, maar eerder uit de onkantelbare angst voor wat vreemd is. Tot die conclusie kwam ze druppelsgewijs. Iedere week liet ze de woorden van haar ouders wat meer los, ontspande haar arm iets meer, tot uiteindelijk haar tas vanzelfsprekend tegen haar zij bungelde.
Zodra de metrodeuren dichtschuiven stapt de jongen met de schaafwond naar voren en begint luidkeels door zijn masker te praten:
– Excuseert u mij, dames en heren, dat ik wat van uw aandacht vraag in deze drukke tijden, maar ik moet u wat vertellen. De dagen zijn misschien donker, het uitzicht is somber, Parijs nog weerbarstiger dan normaal, maar vertrouw me: je kunt altijd bij iemand terecht.
De metro stort zich in de tunnels met overweldigend kabaal. De ramen staan open om het virus af te weren. Het maakt het beslist niet makkelijk voor de jongen, die zijn stem uit alle macht door zijn mondmasker en boven de wagon uit probeert te schreeuwen.
– NEEM HET VAN MIJ AAN. VORIG JAAR SLIEP IK NOG OP STRAAT. MIJN GEDACHTEN STREKTEN NIET VERDER DAN DE VOLGENDE DAG. MAAR OP EEN GEZEGEND MOMENT ZAG IK HET LICHT. IK LIET JEZUS TOE IN MIJN HART, EN SINDSDIEN HEB IK OPVANG, ETEN, EN NOG BELANGRIJKER, EEN DOEL GEKREGEN.
Dorine glimlacht naar de jongen; ze is de enige reiziger die hem lijkt te verstaan. De rest swipet en slaapt ongestoord door. Ze vraagt zich af of het zijn eigen idee was om te prediken in de metro, of dat iemand anders hem daartoe de opdracht gaf in het kader van een hersteltraject. Misschien dat in de volgende metro een van zijn stille handlangers het stokje van hem over moet nemen.
Niemand anders in de wagen zou geloven dat Dorine in de jongen iets van zichzelf terugziet. Bij haar ouders thuis hing in iedere kamer wel een kruis. Het was de reden dat ze nu in deze metro zat, op weg naar haar eerste actievergadering.

Een paar maanden geleden was ze voor het eerst sinds een half jaar weer bij haar ouders thuis. Bij binnenkomst had ze haar spullen nauwelijks van haar schouder geworpen of ze rende de woonkamer in: op zoek naar wat er ondertussen was veranderd. Papa besloot vermoedelijk ooit dat hij het best met zijn eigen sterfelijkheid om kon gaan door antieke meubelen en schilderijen te verzamelen. Het begon rond haar tiende. Zo groot scheen zijn angst voor de leegte dat in elke kamer portretten van volslagen onbekenden uit voorbije eeuwen ieder stuk muur moesten bedekken.
Deze keer was het makkelijk: Dorine ziet gelijk hoe een commode in de stijl van Louis XVI is vervangen door een monster dat bijna drie keer zo hoog is. Pap komt net vanuit de keuken de kamer in gelopen.
– En? vraagt hij glunderend.
– Wat is dit nou weer voor lelijk ding pap? Zo’n grote kast met alleen maar lades?
– Aha, dat is zeker waar. Zeven lades: één voor iedere outfit van de week. Dat was het idee. Maar moet je eens kijken Dorine.
Hij pakt uit een kistje een sleutel die hij in een van de hogere lades steekt. Wanneer het slot openklikt, blijken drie lades eigenlijk een uitklapbaar tafeltje waarachter een geheim compartiment schuilt.
– Is het niet prachtig? Het komt uit de achttiende eeuw. Mensen verstopten hier hun correspondenties en andere belangrijke zaken zodat de hulp ze niet zou vinden.
Mam kwam naar beneden gelopen, kuste haar dochter tweemaal op haar wang en gaf een stevige knuffel. Toen ze pap zag staan naast zijn nieuwste aanwinst schudde ze haar hoofd. Dorine zou waarschijnlijk de laatste in een lange serie gasten zijn geweest die als publiek diende voor haar vaders goocheltruc.

Toen de borden die avond leeg waren en de schaal vol lag met kippenbotjes, las pap enkele passages voor uit de Bijbel.
– We zijn blij dat je hier bent, zei hij uiteindelijk tegen Dorine, en schoof het boek terug in de la onder het hoofd van de tafel. Maar je moet ons wel even iets uitleggen hoor. Je bent pas zes maanden aan het studeren en nu al horen we bijna niks meer van je! Ben je ons nu al vergeten?
– Laat haar nou Patrick, zei mam. Ze is nu toch hier? Die zoons van je zie ik anders nergens.
Haar ma had de vorige avond na Macrons toespraak alles geprobeerd om haar kleinste, haar petite dernière uit Parijs te krijgen voor de lockdown. Een halfuur lang bleef ze aan de telefoon, niet om haar dochter te overtuigen, maar om haar uit te putten. Het was mam niet te doen om de inhoud, maar alleen om hoe vaak ze dezelfde boodschap moest herhalen tot haar dochter niet eens de energie had om zich ertegen te verzetten.
– Ik mag het toch gewoon vragen? Alle andere studentes komen ieder weekend gewoon terug hoor. Voordat je het weet zijn we onze Dorine verloren aan die arrogante coltruien.
Hij doopte sneetjes stokbrood in de overgebleven jus op zijn bord. Dorine bestudeerde vooral het nieuwe boeket op tafel. Ze gingen altijd voor sobere samenstellingen, maximaal drie kleuren waarvan altijd eentje groen. Dit keer waren de andere twee kleuren wit, vertegenwoordigd door extra witte graanhalmen en een ontluikende wilgentak, en een dof paars dat van de bladeren kwam, waardoor het geheel iets weghad van de dure salade die Dorine wel eens in de buurt van Sciences-Po haalde.
– Het is oké pap, ik ga nergens heen.
– De komende tijd in ieder geval niet!
Pap veegde zijn mond af met een servet en spreidde glimlachend zijn armen uit over de eettafel. Zijn bord was blinkend wit, alsof er nooit een druppel vet op was gekomen.
– Dat valt toch wel mee? Misschien dat we een maand binnen zitten maar dan is het wel voorbij.
– Je bent nog jong jij, antwoordde mam. Je beseft niet hoe makkelijk de maatschappij kan veranderen. Wij hebben het gezien toen je nog jong was, toen ze zomaar besloten dat het huwelijk voor iedereen toegankelijk moet zijn. Een millennia oud instituut zonder waarschuwing onder de guillotine! Door deze pandemie moeten we misschien we zelfs onze demonstratie dit jaar aflasten.
– We wilden hem dit keer in Parijs houden, zei papa, in het hol van de leeuw! Dat zou nog eens wat zijn hé? Jij zou er in principe naartoe kunnen wandelen. Sterker nog, wie weet kan jij ondertussen meewerken in de organisatie, Dorine. Je woont al op jezelf, je bent zelfstandig, je studeert politieke wetenschappen. Misschien wordt het tijd dat je je ook inzet voor de Manif pour tous. Niet als dochter van, maar gewoon als Dorine.
– Misschien wel, antwoordde Dorine terwijl ze opstond van tafel en begon af te ruimen. Toen ze de kraan opendraaide en de spons uitkneep, stroomden herinneringen aan de Manif pour tous in willekeurige volgorde door haar hoofd. De warmte van papa’s hand en nek als hij haar op zijn schouders tilde. De eindeloze sliert hoofden en borden die ze van daaruit kon zien. Of hoe de kinderen op de grond ongemerkt grassprietjes in haar haar gooiden. Ze zochten elkaar iedere demonstratie weer op om te kunnen spelen. Af en toe had Dorine het door en veegde ze het projectiel uit haar haar, om vervolgens een triomfantelijke blik over over haar schouder te werpen: ‘Ik heb jullie wel door.’ Pas thuis zou ze erachter komen hoeveel er nog in haar haar was blijven steken.
Het kippenvet verdween moeiteloos van het servies, alsof de borden en het bestek amper het vlees aangeraakt hadden. Dorine hoorde haar ouders in de woonkamer op fluistertoon verder praten. Haar ouders schreeuwden amper mee met de leuzen tijdens al die demonstraties waar ze haar en haar broers mee naar toe sleepten. Ze babbelden vooral met hun buren over de tuin, het varken dat ze die winter wilden slachten, of over hun kinderen. Enkel uit de borden en stemmen om hen heen kon Dorine afleiden wat er in haar ouders’ hoofden omging: behoud het gezin; abortus is moord; bescherm de kinderen – tegen het homohuwelijk! Zij waren liever degenen die in de aanloop naar de demonstratie de zaken in goede banen leidden dan dat ze op het podium stonden. Tijdens de toespraken weken hun ogen alleen af van de spreker om de kinderen te waarschuwen stil te blijven, net als met de pastoor in de kerk.